abdominal
“abdominal” betekent “abdominaal” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
abdominaal
Ook: buik
📝 In Actie
Tengo un dolor abdominal muy fuerte.
A2Ik heb erg sterke buikpijn.
El médico me hizo una exploración abdominal.
B1De dokter deed een buikonderzoek.
Debes relajar la pared abdominal mientras respiras.
B2Je moet de buikwand ontspannen tijdens het ademen.
sit-up
Ook: buikspier, crunch
📝 In Actie
Hago cien abdominales todas las mañanas.
A2Ik doe elke ochtend honderd sit-ups.
Me duelen los abdominales después del gimnasio.
B1Mijn buikspieren doen pijn na de sportschool.
Este ejercicio sirve para marcar el abdominal inferior.
B2Deze oefening wordt gebruikt om de onderbuikspieren te definiëren.
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: abdominal
Vraag 1 van 3
Hoe zeg je 'sit-ups doen' in het Spaans?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Van het Latijnse woord 'abdominalis', dat afkomstig is van 'abdomen' (de buik). Het wordt in het Spaans sinds de 18e eeuw gebruikt om dingen te beschrijven die verband houden met het buikgebied.
Eerste vermelding: 18th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'abdominal' mannelijk of vrouwelijk?
Als bijvoeglijk naamwoord werkt het voor beide (un dolor abdominal / una zona abdominal). Als zelfstandig naamwoord voor de oefening is het mannelijk: 'el abdominal' (hoewel meestal meervoud: 'los abdominales').
Wat is het verschil tussen 'abdomen' en 'abdominal'?
'Abdomen' is het zelfstandig naamwoord voor het lichaamsdeel (het buikgebied), terwijl 'abdominal' meestal een bijvoeglijk naamwoord is dat iets in dat gebied beschrijft, of de naam van de oefening.
Kan ik 'abdominal' gebruiken om een maagpijn door honger te beschrijven?
Technisch gezien wel, maar het klinkt erg klinisch. Het is natuurlijker om 'tengo hambre' of 'me ruge la tripa' (mijn maag rommelt) te zeggen.

