Inklingo

caerá

kah-eh-RAHka.eˈɾa

caerá betekent zal vallen in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

zal vallen, zal laten vallen

Ook: zal instorten
WerkwoordA2irregular (in present tense only); regular in future tense er
Een rode appel valt van een boomtak naar het gras beneden.
past Participlecaído
infinitivecaer
gerundcayendo

📝 In Actie

Si no sujetas bien la caja, caerá al suelo.

A2

Als je de doos niet goed vasthoudt, zal hij op de grond vallen.

El árbol viejo caerá con el próximo viento fuerte.

B1

De oude boom zal vallen bij de volgende harde wind.

La lluvia caerá tarde o temprano.

B1

De regen zal vroeg of laat vallen.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • caer enfermoziek worden
  • caer en la trampain de val lopen

zal plaatsvinden, zal vallen op

Ook:
WerkwoordB1irregular (in present tense only); regular in future tense er
Een fel verlicht buitenpodium is volledig ingericht met kleurrijke vlaggen en een gesloten gordijn, wachtend op het begin van een evenement.
past Participlecaído
infinitivecaer
gerundcayendo

📝 In Actie

Este año, mi cumpleaños caerá en domingo.

B1

Dit jaar zal mijn verjaardag op een zondag vallen.

La fecha límite para el pago caerá la próxima semana.

B2

De uiterste datum voor de betaling zal volgende week zijn.

La celebración caerá justo después de los exámenes finales.

B2

Het feest zal plaatsvinden direct na de eindexamens.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • caer en desusoin onbruik raken
  • caer la nochede nacht zal vallen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

vosotroscaéis
él/ella/ustedcae
caes
yocaigo
nosotroscaemos
ellos/ellas/ustedescaen

preterite

vosotroscaísteis
él/ella/ustedcayó
caíste
yocaí
nosotroscaímos
ellos/ellas/ustedescayeron

imperfect

vosotroscaíais
él/ella/ustedcaía
caías
yocaía
nosotroscaíamos
ellos/ellas/ustedescaían

subjunctive

present

vosotroscaigáis
él/ella/ustedcaiga
caigas
yocaiga
nosotroscaigamos
ellos/ellas/ustedescaigan

imperfect

vosotroscayerais
él/ella/ustedcayera
cayeras
yocayera
nosotroscayéramos
ellos/ellas/ustedescayeran

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "caerá" in het Spaans:

zal instortenzal vallenzal vervallen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: caerá

Vraag 1 van 2

Welke van deze zinnen gebruikt 'caerá' correct om over een datum te praten?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
caída(val, daling (zelfstandig naamwoord))Zelfstandig naamwoord
caerse(omvallen (reflexief))Werkwoord
caído(gevallen (voltooid deelwoord/bijvoeglijk naamwoord))Bijvoeglijk naamwoord
🎵 Rijmwoorden
haráirá
📚 Etymologie

Het werkwoord 'caer' komt rechtstreeks van het Latijnse werkwoord *cadere*, wat 'vallen' of 'zinken' betekende. Deze oorsprong verklaart waarom het woord wordt gebruikt voor zowel fysiek vallen als voor zaken als het vallen van de nacht of het naderen van een deadline.

Eerste vermelding: Old Spanish (around 11th-12th century)

Cognaten (Verwante woorden)

Italian: cadereFrench: choir

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Waarom is 'caer' slechts soms onregelmatig?

Het werkwoord 'caer' is grotendeels regelmatig, maar heeft een zeer specifieke onregelmatigheid in de 'yo'-vorm van de tegenwoordige tijd ('caigo'). Dit 'g'-geluid is een overblijfsel uit zijn Latijnse verleden en helpt ongemakkelijke klinkercombinaties te vermijden. Gelukkig volgt de toekomende tijd ('caerá') het gemakkelijke regelmatige patroon.

Wat is het verschil tussen 'caerá' en 'se caerá'?

'Caerá' (derde persoon enkelvoud) betekent 'het/hij/zij zal vallen' — vaak een algemene val of een gebeurtenis beschrijvend. 'Se caerá' is de reflexieve vorm, wat betekent 'hij/zij/het zal omvallen', waarbij de nadruk ligt op de actie die het onderwerp zelf overkomt, zoals een persoon die valt.