decía
“decía” betekent “was aan het zeggen / was aan het vertellen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
was aan het zeggen / was aan het vertellen, zei altijd / was gewoon te zeggen, zei

📝 In Actie
Mi abuela siempre decía que hay que ser amable.
A2Mijn oma zei altijd dat je vriendelijk moet zijn.
No recuerdo qué me decía el profesor en ese momento.
B1Ik herinner me niet wat de leraar op dat moment tegen me zei.
Llovía mucho y la radio decía que las calles estaban inundadas.
B1Het regende veel en de radio zei dat de straten overstroomd waren.
bedoelde, gaf aan
Ook: luidde
📝 In Actie
Su expresión no decía nada, pero yo sabía que estaba enojado.
B1Zijn uitdrukking zei niets (bedoelde niets), maar ik wist dat hij boos was.
El letrero decía 'prohibido el paso'.
A2Het bord luidde 'verboden toegang'.
Para mí, ese gesto decía mucho sobre su carácter.
B2Voor mij zei dat gebaar veel over zijn karakter.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: decía
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'decía' correct om een herhaalde actie in het verleden te beschrijven?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord 'dīcēbat', wat de verleden tijd was van het werkwoord 'dīcere', wat 'zeggen' of 'spreken' betekent. Het heeft door de duizenden jaren heen een zeer vergelijkbare betekenis behouden!
Eerste vermelding: Around the 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het grootste verschil tussen 'decía' en 'dijo'?
Zie het zo: 'decía' is voor het achtergrondverhaal, en 'dijo' is voor de hoofdgebeurtenis. Gebruik 'decía' voor dingen die aan de gang waren, vroeger gebeurden, of voor beschrijvingen ('De zon scheen en mijn moeder zei...'). Gebruik 'dijo' voor een specifieke actie die begon en eindigde ('...toen zei mijn vader plotseling: 'Laten we gaan!'').
Hoe weet ik of 'decía' 'ik zei' of 'hij/zij zei' betekent?
Meestal vertelt de context het je! Als je over jezelf praat, betekent het 'ik'. Als je het net over je vriendin Ana had, betekent het 'zij'. Om extra duidelijk te zijn, kun je het persoon toevoegen: 'yo decía' (ik zei) of 'él/ella decía' (hij/zij zei).

