Inklingo

contaba

kohn-TAH-bah/konˈtaba/

was aan het tellen, telde vroeger

Ook: was aan het nummeren
WerkwoordA1regular (in this tense) ar
Een jong kind dat geconcentreerd met beide handen zijn vingers telt, aandachtig bezig met de taak.
past Participlecontado
gerundcontando
infinitivecontar

📝 In Actie

Mi abuela contaba las monedas en la caja fuerte.

A1

Mijn grootmoeder was de munten in de kluis aan het tellen.

Antes, yo contaba hasta diez antes de enojarme.

A2

Vroeger telde ik tot tien voordat ik boos werd.

was aan het vertellen, vertelde vroeger

Ook: was aan het relateren, was aan het narreren
WerkwoordA2regular (in this tense) ar
Een volwassene die op een kruk zit en enthousiast spreekt tegen twee kinderen die op de grond zitten. Eenvoudige, kleurrijke lijnen komen uit de mond van de volwassene, wat de vertelling illustreert.

📝 In Actie

El profesor contaba chistes malos todos los lunes.

A2

De professor vertelde vroeger elke maandag slechte moppen.

¿Qué te contaba tu hermana sobre su viaje?

B1

Wat vertelde je zus je over haar reis?

Woordverbindingen

Synoniemen

  • narraba (was aan het narreren)
  • relataba (was aan het relateren)

Veelvoorkomende Collocaties

  • contaba la leyendavertelde de legende

vertrouwde op, rekende op

Ook: was afhankelijk van
WerkwoordB1regular (in this tense) ar
Een vereenvoudigd figuur die staat en al zijn gewicht leunt op een zeer grote, stevige, grijze stenen pilaar, er ontspannen en ondersteund uitzien.

📝 In Actie

Yo contaba con que llegarías a tiempo.

B1

Ik rekende erop dat je op tijd zou aankomen.

Él contaba con el apoyo de su familia para estudiar.

B2

Hij vertrouwde op de steun van zijn familie om te studeren.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • dependía (was afhankelijk)

Veelvoorkomende Collocaties

  • contaba con la ayudarekende op de hulp

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

él/ella/ustedcontara/contase
yocontara/contase
ellos/ellas/ustedescontaran/contasen
contaras/contases
vosotroscontarais/contaseis
nosotroscontáramos/contásemos

present

él/ella/ustedcuente
yocuente
ellos/ellas/ustedescuenten
cuentes
vosotroscontéis
nosotroscontemos

indicative

imperfect

él/ella/ustedcontaba
yocontaba
ellos/ellas/ustedescontaban
contabas
vosotroscontabais
nosotroscontábamos

present

él/ella/ustedcuenta
yocuento
ellos/ellas/ustedescuentan
cuentas
vosotroscontáis
nosotroscontamos

preterite

él/ella/ustedcontó
yoconté
ellos/ellas/ustedescontaron
contaste
vosotroscontasteis
nosotroscontamos

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "contaba" in het Spaans:

rekende optelde vroegervertelde vroegervertrouwde op

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: contaba

Vraag 1 van 2

Welke betekenis van 'contaba' wordt gebruikt in de zin: 'Mi jefe contaba con mi presencia en la reunión.'

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
contar(tellen / vertellen)Werkwoord
el cuento(het verhaal / het sprookje)Zelfstandig naamwoord
la cuenta(de telling / de rekening / het verslag)Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Het woord 'contar' komt van het Latijnse woord *computāre*, wat 'berekenen' of 'rekenen' betekent. Deze oorsprong verklaart waarom de Spaanse werkwoord zich ontwikkelde om zowel de wiskundige betekenis ('tellen') als de verhalende betekenis ('navertellen' of 'vertellen') te omvatten.

Eerste vermelding: 10th century (as *contar*)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: contavaFrench: compter

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Waarom betekent 'contaba' zowel 'was aan het tellen' als 'was aan het vertellen'?

Het werkwoord 'contar' komt van een Latijnse wortel die 'berekenen of rekenen' betekent. Dit leidde tot twee gerelateerde ideeën: het ordenen van getallen (tellen) en het ordenen van informatie/gebeurtenissen (een verhaal vertellen of feiten navertellen). De context verduidelijkt altijd welke betekenis bedoeld is.

Wat is het verschil tussen 'contaba' en 'contó'?

Beide zijn verleden tijd, maar 'contaba' (Imperfecto) beschrijft een voortdurende actie ('ik was aan het tellen') of een gewoonte ('ik telde vroeger'). 'Contó' (Pretérito) beschrijft een enkele, voltooide actie ('hij telde/vertelde eenmaal').