economía
“economía” betekent “economie” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
economie
Ook: financieel systeem
📝 In Actie
La economía mundial se recupera lentamente después de la crisis.
B1De wereldeconomie herstelt langzaam na de crisis.
Estudiamos la economía de un país en desarrollo.
B1We bestuderen de economie van een ontwikkelingsland.
zuinigheid, besparingen
Ook: frugaliteit
📝 In Actie
Hizo una gran economía al comprar la ropa de segunda mano.
B2Ze heeft een grote besparing gedaan/toonde grote zuinigheid door de tweedehands kleding te kopen.
Debemos practicar la economía en el uso del agua.
B2We moeten zorgvuldig omgaan met ons waterverbruik.
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "economía" in het Spaans:
besparingen→economie→financieel systeem→frugaliteit→zuinigheid→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: economía
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'economía' in de zin van 'zuinigheid' of 'het spaarzaam gebruiken van middelen'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt van het Oudgriekse *oikonomía*, dat is gevormd door de combinatie van *oîkos* (wat 'huis' of 'thuis' betekent) en *nómos* (wat 'wet' of 'beheer' betekent). De oorspronkelijke betekenis was letterlijk 'huishoudelijk beheer' of 'zorgvuldig een huishouden runnen', wat zowel de moderne betekenissen van grote financiële systemen als persoonlijke zuinigheid verklaart.
Eerste vermelding: 15th century (in Spanish)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Betekent 'economía' ooit 'goedkoop'?
Nee, 'economía' is het zelfstandig naamwoord (het systeem of de daad van sparen). Als je wilt zeggen dat iets 'goedkoop' of 'niet duur' is, moet je het bijvoeglijk naamwoord 'económico' (of 'barato') gebruiken.
Hoe verschilt 'economía' van 'ahorro'?
'Economía' kan verwijzen naar de algemene gewoonte om zorgvuldig met geld om te gaan (zuinigheid), terwijl 'ahorro' specifiek verwijst naar het gespaarde geld of de handeling van geld sparen. Ze zijn nauw verwant, maar 'ahorro' is specifieker voor de daad van het opzij zetten van fondsen.

