hablan
AH-blahn
/ˈa.βlan/
Snelle Referentie
📝 In Actie
Ellos hablan español en casa.
A1Zij spreken Spaans thuis.
¿De qué hablan los vecinos?
A2Waar praten de buren over?
Ustedes hablan muy rápido. Por favor, más despacio.
A2Jullie spreken erg snel. Alsjeblieft, langzamer.
Dicen que hablan de un nuevo proyecto.
B1Zij zeggen dat ze over een nieuw project praten.
💡 Grammaticapunten
Onderwerp-Werkwoord Overeenkomst
'Hablan' is de vorm voor 'zij' of 'jullie'. Zorg ervoor dat de personen die spreken overeenkomen met de uitgang: 'Ellos hablan' (Zij spreken), niet 'Ellos habla'.
Het Basiswerkwoord
Dit woord komt van het veelvoorkomende '-ar' werkwoord hablar (spreken). Je hoeft alleen de '-an' uitgang te onthouden voor groepen mensen.
❌ Veelgemaakte Fouten
Verwarring tussen Enkelvoud en Meervoud
Fout: “Het gebruik van 'habla' bij het spreken over een groep: 'Mijn ouders habla snel.'”
Correctie: Gebruik 'hablan' voor groepen: 'Mijn ouders hablan snel.' (De '-n' is het sleutelteken voor meervoudige onderwerpen.)
⭐ Gebruikstips
Impliciet Onderwerp
Omdat de werkwoordsuitgang aangeeft wie er spreekt, hoef je vaak 'ellos' of 'ellas' niet te zeggen. Alleen 'Hablan de política' zeggen is genoeg om 'Zij praten over politiek' te betekenen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: hablan
Vraag 1 van 2
Welk voornaamwoord past correct bij 'hablan'?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'hablan' en 'hablen'?
'Hablan' is de normale vorm om een feit vast te stellen: 'Zij spreken.' ('Ellos hablan'). 'Hablen' is een speciale vorm (de aanvoegende wijs of gebiedende wijs) die wordt gebruikt voor wensen, twijfels of bevelen aan een groep: 'Quiero que hablen' (Ik wil dat ze spreken) of '¡Hablen ahora!' (Spreek nu!).
Moet ik 'ellos' of 'ellas' gebruiken bij 'hablan'?
Nee, meestal niet! De '-an' uitgang maakt het voor moedertaalsprekers duidelijk dat het onderwerp 'zij' of 'jullie' is. Je hoeft het voornaamwoord alleen te vermelden als je wilt benadrukken wie er spreekt of als het onderwerp onduidelijk is uit de context.