sonrisa
son-REE-sah
/so̞nˈri.sa/
📝 In Actie
Su sonrisa iluminó toda la habitación.
A2Haar glimlach verlichtte de hele kamer.
Siempre me da una gran sonrisa cuando me ve.
A1Ze geeft me altijd een grote glimlach als ze me ziet.
Vi una sonrisa pícara en su rostro.
B1Ik zag een ondeugende glimlach op zijn gezicht.
💡 Grammaticapunten
Geslacht Onthouden
Hoewel het eindigt op '-a', is 'sonrisa' een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, dus je moet vrouwelijke lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden gebruiken (bv. 'la sonrisa', 'una sonrisa'). In het Nederlands hebben we dit onderscheid niet voor zelfstandige naamwoorden.
❌ Veelgemaakte Fouten
Zelfstandig naamwoord Verwarren met Werkwoord
Fout: “Het werkwoord *sonreír* ('glimlachen') gebruiken wanneer je het zelfstandig naamwoord nodig hebt: 'Ella tiene un *sonreír* bonito.'”
Correctie: Gebruik het zelfstandig naamwoord: 'Ella tiene una *sonrisa* bonita.' (Ze heeft een mooie glimlach.)
⭐ Gebruikstips
De handeling van het glimlachen
Om over de handeling te praten, gebruik je het verwante werkwoord: sonreír. Voorbeeld: 'Ella sonríe mucho.' (Zij glimlacht veel.)
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: sonrisa
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt het zelfstandig naamwoord 'sonrisa' correct?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'sonrisa' en 'risa'?
'Sonrisa' is een gezichtsuitdrukking – een glimlach. 'Risa' is het geluid – gelach. Een 'sonrisa' is stil, terwijl 'risa' hoorbaar is.
Hoe spreek ik over glimlachen in de verleden tijd?
Je moet het werkwoord *sonreír* gebruiken. Bijvoorbeeld: 'Ayer sonreí mucho' (Gisteren glimlachte ik veel). 'Sonrisa' is alleen het zelfstandig naamwoord.