sueño
“sueño” betekent “slaapzucht” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
slaapzucht
Ook: dutten, vermoeidheid
📝 In Actie
Tengo mucho sueño, me voy a dormir.
A1Ik ben erg slaperig, ik ga slapen.
Después de comer, siempre me entra el sueño.
A2Na het eten word ik altijd slaperig.
El bebé tiene sueño y está llorando.
A1De baby is slaperig en huilt.
droom
Ook: wensdroom
📝 In Actie
Anoche tuve un sueño muy extraño sobre dragones.
A2Gisteravond had ik een heel vreemde droom over draken.
Mi sueño es ser un gran chef.
A2Mijn droom is om een geweldige chef-kok te worden.
Fue un sueño hecho realidad.
B1Het was een droom die uitkwam.
ik droom

📝 In Actie
Yo sueño con viajar a Japón algún día.
A2Ik droom ervan om ooit naar Japan te reizen.
A menudo sueño que puedo volar.
B1Ik droom vaak dat ik kan vliegen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "sueño" in het Spaans:
dutten→ik droom→slaapzucht→vermoeidheid→wensdroom→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: sueño
Vraag 1 van 2
Welke zin zegt correct 'Ik ben erg slaperig'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van twee Latijnse woorden: 'somnus', wat 'slaap' betekende, en 'somnium', wat 'droom' betekende. In de loop van de tijd zijn ze in het Spaans samengevloeid tot 'sueño', dat slim genoeg beide ideeën dekt.
Eerste vermelding: 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'sueño' en 'soñar'?
'Sueño' is het ding (een zelfstandig naamwoord) – ofwel de slaapzucht die je voelt of de droom die je hebt. 'Soñar' is de actie (een werkwoord) – de daad van dromen. Dus je 'tienes un sueño' (hebt een droom) en je 'sueñas' (jij droomt).
Waarom zeg je 'tengo sueño' in plaats van 'estoy sueño'?
Dat is een goede vraag! Het Spaans gebruikt vaak het werkwoord 'tener' (hebben) voor fysieke gevoelens of toestanden die we in het Nederlands met 'zijn' uitdrukken. Zie het als het 'hebben' van een gevoel. Je 'hebt' slaapzucht ('tengo sueño'), 'hebt' honger ('tengo hambre') en 'hebt' dorst ('tengo sed'). Het is een belangrijk patroon in het Spaans.
Hoe kan ik zien of 'sueño' 'droom' of 'slaapzucht' betekent?
Kijk naar de woorden eromheen! Als je 'tener' ziet (zoals in 'tengo sueño'), betekent het bijna altijd 'slaapzucht'. Als je woorden als 'un' (een), 'mi' (mijn) of 'el' (de) ervoor ziet staan, gaat het meestal over een 'droom', ofwel een droom die je had tijdens het slapen of een levensdoel.


