Inklingo

Hoe zeg je "dutten" in het Spaans

Het Spaanse woord voorduttenis sueñoA1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Dutch → SpaansA1

sueño

NounA1
Een klein kind dat aan tafel zit, wijd gaapt en in zijn ogen wrijft, wat extreme slaperigheid aangeeft.

Voorbeelden

Tengo mucho sueño, me voy a dormir.

Ik ben erg slaperig, ik ga slapen.

Después de comer, siempre me entra el sueño.

Na het eten word ik altijd slaperig.

El bebé tiene sueño y está llorando.

De baby is slaperig en huilt.

Gebruik van 'tener' voor Gevoelens

In het Spaans 'ben' je niet slaperig, je 'hebt' slaapzucht. Gebruik altijd het werkwoord 'tener' (hebben) met 'sueño' om te zeggen dat je slaperig bent. Dit geldt ook voor honger ('tener hambre'), dorst ('tener sed') en leeftijd ('tener años').

Gebruik van 'ser' of 'estar' in plaats van 'tener'

Fout:Estoy sueño.

Correctie: Tengo sueño. Onthoud dat veel fysieke toestanden die in het Nederlands 'zijn' gebruiken, in het Spaans 'tener' gebruiken.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.