vecina
beh-SEE-nah
/beˈθina/
📝 In Actie
Mi vecina de al lado me prestó un poco de azúcar.
A1Mijn buurvrouw van ernaast leende me wat suiker uit.
La vecina se quejó del ruido de la fiesta.
A2De buurvrouw klaagde over het feestlawaai.
¿Conoces a la nueva vecina del tercer piso?
A1Ken jij de nieuwe buurvrouw op de derde verdieping?
💡 Grammaticapunten
Geslachtsbepaling
Omdat 'vecina' eindigt op -a, is het vrouwelijk. Dit betekent dat alle beschrijvende woorden (bijvoeglijke naamwoorden) ook vrouwelijk moeten zijn, zoals 'la vecina amable' (de vriendelijke buurvrouw).
❌ Veelgemaakte Fouten
Verwarring over het geslacht
Fout: “Het gebruik van 'el vecina'.”
Correctie: Gebruik altijd het vrouwelijke lidwoord 'la' of 'una' bij 'vecina' omdat het om een vrouw gaat. De mannelijke vorm is 'vecino'.
⭐ Gebruikstips
Focus op de gemeenschap
In veel Spaanssprekende culturen impliceert 'vecina' vaak een iets hechtere, meer op de gemeenschap gerichte relatie dan het Nederlandse woord 'buurvrouw' misschien suggereert.
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: vecina
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'vecina' correct?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
¿Cuál es la diferencia entre 'vecina' y 'vecino'?
Het enige verschil is het geslacht. 'Vecina' verwijst specifiek naar een vrouwelijke buurvrouw, terwijl 'vecino' verwijst naar een mannelijke buurman. Beide worden gebruikt voor mensen die dicht bij je wonen.