Inklingo

vivas

VEE-bahsˈbi.βas

levend, levendig

Ook: helder, levendig
Een levendige groene vetplant die gedijt in een kleine bruine pot, wat leven en vitaliteit illustreert.

📝 In Actie

Las plantas están vivas gracias a la lluvia.

A1

De planten zijn levend dankzij de regen.

Necesitas usar pinturas más vivas para este cuadro.

A2

Je moet helderdere verf gebruiken voor dit schilderij.

Ella tiene unas memorias muy vivas de su infancia.

B1

Zij heeft zeer levendige herinneringen aan haar jeugd.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • colores vivasheldere kleuren
  • fuerzas vivasactieve krachten (politiek gebruikt)

dat jij leeft, leef niet

WerkwoordB1regular ir
Een blij kind dat met open armen door een zonnige groene weide rent, wat een wens voor een goed leven symboliseert.
past Participlevivido
gerundviviendo
infinitivevivir

📝 In Actie

Mi madre quiere que tú vivas cerca de nosotros.

B1

Mijn moeder wil dat jij dicht bij ons leeft.

¡No vivas con miedo!

A2

Leef (jij) niet met angst!

Dudo que vivas en esa ciudad por mucho tiempo.

B2

Ik betwijfel of jij lang in die stad zult wonen.

hoera's, lang leven

TussenwerpselB2informal
Twee figuren die enthousiast juichen met hun armen hoog in de lucht in een gebaar van viering en steun.

📝 In Actie

La multitud gritaba '¡vivas!' y aplaudía sin parar.

B2

De menigte schreeuwde 'hoera!' en klapte onophoudelijk.

Se escucharon vivas para la nueva presidenta después del discurso.

C1

Er werden hoera's (kreten van 'lang leve...') gehoord voor de nieuwe president na de toespraak.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • aclamaciones (acclamatiess)
  • vítores (toejuichingen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • gritar vivashoera roepen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

nosotrosvivimos
vives
él/ella/ustedvive
yovivo
vosotrosvivís
ellos/ellas/ustedesviven

imperfect

nosotrosvivíamos
vivías
él/ella/ustedvivía
yovivía
vosotrosvivíais
ellos/ellas/ustedesvivían

preterite

nosotrosvivimos
viviste
él/ella/ustedvivió
yoviví
vosotrosvivisteis
ellos/ellas/ustedesvivieron

subjunctive

present

nosotrosvivamos
vivas
él/ella/ustedviva
yoviva
vosotrosviváis
ellos/ellas/ustedesvivan

imperfect

nosotrosviviéramos/viviésemos
vivieras/vivieses
él/ella/ustedviviera/viviese
yoviviera/viviese
vosotrosvivierais/vivieseis
ellos/ellas/ustedesvivieran/viviesen

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "vivas" in het Spaans:

hoera'slang levenleef niet

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: vivas

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'vivas' als een werkwoordsvorm?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
activasmasivas
📚 Etymologie

Het woord komt rechtstreeks van het Latijnse werkwoord *vivere*, wat 'in leven zijn' of 'bestaan' betekent. Alle moderne betekenissen in het Spaans vloeien voort uit deze kernidee van leven en vitaliteit.

Eerste vermelding: Old Spanish (c. 10th century)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: vivasItalian: viva

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'vivas' gerelateerd aan de beroemde kreet '¡Viva México!'?

Ja, absoluut! De beroemde kreet is '¡Viva!' (Lang leve!), wat de derde persoon enkelvoud vorm is van hetzelfde werkwoord, *vivir*. 'Vivas' kan het meervoudige zelfstandig naamwoord zijn dat verwijst naar meerdere kreten van '¡Viva!': 'Se escucharon muchos vivas' (Er werden veel 'lang leven'-kreten gehoord).