Hoe zeg je "11" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “11” is “once” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
adjectiveA1

Voorbeelden
Mi hermana cumple once años mañana.
Mijn zus wordt morgen elf jaar oud.
Son las once y media de la noche.
Het is half twaalf 's nachts.
Necesitas once huevos para esta receta.
Je hebt elf eieren nodig voor dit recept.
Altijd Eenvoudig
In tegenstelling tot sommige andere getallen (zoals eenentwintig, 'veintiuno'), verandert 'once' nooit van vorm of geslacht; het blijft altijd 'once'.
Uitspraakfout
Fout: “Zeggen 'ohn-say' (met een 'ee'-klank zoals in het Nederlandse 'zee').”
Correctie: De laatste 'e' in het Spaans wordt uitgesproken als de 'e' in het Nederlandse woord 'bed', dus het moet klinken als 'OHN-seh'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.