Hoe zeg je "ananas" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “ananas” is “piña” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
nounA1
de tropische vrucht

Voorbeelden
Compré una piña muy dulce en el mercado.
Ik kocht een heel zoete ananas op de markt.
¿Te gusta la pizza con piña?
Houd je van pizza met ananas?
Para el postre, vamos a preparar un jugo de piña natural.
Als dessert maken we vers ananassap.
Altijd Vrouwelijk
Dit woord is altijd vrouwelijk, dus je moet er 'la' of 'una' voor gebruiken, zelfs als je het over de plant hebt en niet alleen over de vrucht.
Den vs. Ananas
Fout: “Het woord 'pino' gebruiken om over de vrucht te praten.”
Correctie: Gebruik 'piña' voor de vrucht. 'Pino' is de dennenboom zelf.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.