Hoe zeg je "dennenappel" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “dennenappel” is “piña” — B1 niveau.
Dutch → SpaansB1
nounB1
het zaaddragende deel van een dennenboom

Voorbeelden
Los niños recogieron piñas caídas de los pinos.
De kinderen raapten dennenappels op die van de dennenbomen vielen.
Usamos piñas secas para decorar la casa en Navidad.
We gebruiken gedroogde dennenappels om het huis met Kerstmis te versieren.
Eén woord, twee objecten
In het Spaans beschrijft hetzelfde woord zowel de tropische vrucht als de dennenappel, omdat ze een vergelijkbare hobbelige, geschubde vorm delen.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.