Hoe zeg je "buitenstaanders" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “buitenstaanders” is “extranjeros” — gebruik 'extranjeros' wanneer je het hebt over mensen die niet uit het eigen land komen, dus letterlijk 'buitenlanders' in de zin van nationaliteit.
extranjeros
eks-trahn-HEH-rohse(k)stɾanˈxeɾos

Voorbeelden
Los extranjeros deben mostrar su pasaporte al llegar.
Buitenlanders moeten bij aankomst hun paspoort tonen.
La ciudad recibe miles de extranjeros cada verano.
De stad ontvangt elke zomer duizenden buitenlanders.
Hay muchos extranjeros que viven y trabajan aquí.
Er wonen en werken hier veel buitenlandse mensen.
Gebruik van het mannelijk meervoud
Zelfs als de groep vrouwen omvat, gebruikt het Spaans de mannelijke meervoudsvorm ('extranjeros') om te verwijzen naar meerdere mensen van buiten het land. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'buitenlanders' gebruiken voor gemengde groepen.
Verwarring tussen de plaats en de mensen
Fout: “Fui a un extranjeros. (Ik ging naar een buitenlanders.)”
Correctie: Fui al extranjero. (Ik ging naar het buitenland.) — Gebruik 'el extranjero' (enkelvoud) als je over de plaats spreekt, en 'los extranjeros' (meervoud) voor de mensen.
extraños
Voorbeelden
Los padres le advirtieron que no hablara con extraños.
De ouders waarschuwden hem om niet met vreemdelingen te praten.
Extranjeros vs. Extraños
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
