Hoe zeg je "danken" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “danken” is “bendecir” — A2 niveau.

Voorbeelden
Que Dios te bendiga hoy y siempre.
Moge God je vandaag en altijd zegenen.
El sacerdote bendijo la nueva casa de la familia.
De priester zegende het nieuwe huis van de familie.
Bendigo el momento en que decidí viajar por el mundo.
Ik ben dankbaar voor het moment dat ik besloot de wereld rond te reizen.
Het mysterie van de 'Yo'-vorm
In de tegenwoordige tijd verandert de 'yo'-vorm naar 'bendigo' (ik zegen), wat anders is dan de andere vormen.
Een regulier toekomstig deelwoord
Hoewel het van het woord 'decir' (zeggen) komt, is 'bendecir' regelmatig in de toekomende tijd. We zeggen 'bendeciré' in plaats van 'bendiré'.
Bendecido vs. Bendito
Fout: “He bendito la casa.”
Correctie: He bendecido la casa. Gebruik 'bendecido' als het een actie is (na het woord 'hebben'), en 'bendito' als beschrijving (zoals 'agua bendita').
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.