Hoe zeg je "duizeligheid" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “duizeligheid” is “mareo” — gebruik 'mareo' voor een algemeen gevoel van duizeligheid, vaak veroorzaakt door beweging zoals reizen.
mareo
mah-REH-ohmaˈɾeo

Voorbeelden
Tengo un poco de mareo por el viaje en autobús.
Ik voel me een beetje zeeziek van de busreis.
Si te levantas muy rápido, puedes sentir mareo.
Als je te snel opstaat, kun je je duizelig voelen.
Las pastillas son muy efectivas contra el mareo.
De pillen zijn erg effectief tegen misselijkheid.
Gebruik van 'Tener' en 'Sentir'
In tegenstelling tot het Nederlands, waar je 'bent' duizelig (bijvoeglijk naamwoord), 'heb' je (tener) of 'voel' je (sentir) in het Spaans 'mareo' (zelfstandig naamwoord).
Enkelvoud vs. Meervoud
Je kunt het meervoud 'mareos' gebruiken om te praten over terugkerende periodes van duizeligheid, maar het enkelvoud 'mareo' wordt vaker gebruikt voor een specifiek moment.
Gebruik 'estar' niet
Fout: “Estoy mareo.”
Correctie: Tengo mareo OF Estoy mareado.
vértigo
Voorbeelden
Me da mucho vértigo mirar hacia abajo desde este balcón.
Ik word erg duizelig als ik van dit balkon naar beneden kijk.
Mareo vs. Vértigo
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
