Hoe zeg je "gaat zijn" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “gaat zijn” is “estará” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
El concierto estará en el parque central.
Het concert zal in het centrale park zijn.
Cuando llegues, tu hermana ya estará allí.
Wanneer je aankomt, zal je zus er al zijn.
¿Dónde estará mi paraguas? Creo que lo dejé en el coche.
Ik vraag me af waar mijn paraplu is. Ik denk dat ik hem in de auto heb laten liggen.
Toekomende tijd voor Locatie
'Estará' is de toekomende tijd van 'estar' voor 'hij,' 'zij,' 'het' of het beleefde 'u'. Gebruik het om aan te geven waar iemand of iets zich zal bevinden.
Gokken over het Heden
Je kunt 'estará' ook gebruiken om een gok te doen over het heden. Bijvoorbeeld, '¿Dónde estará Juan?' betekent 'Ik vraag me af waar Juan nu is?'
Estará versus Será (voor locatie)
Fout: “La fiesta será en mi casa.”
Correctie: De locatie van een *gebeurtenis* gebruikt SER (La fiesta *será* in mijn huis). De locatie van een *object* of *persoon* gebruikt ESTAR. Een veelgemaakte fout door Nederlandstaligen is het verwarren van de twee, net als bij 'zijn' in het Nederlands, maar Spaans maakt hier een strikter onderscheid. Gebruik 'estará' voor de locatie van dingen/mensen, niet voor evenementen.
Gebruik van 'será' voor Locatie
Fout: “¿Dónde será mi libro?”
Correctie: Gebruik '¿Dónde estará mi libro?' om te vragen waar je boek zal zijn of om je af te vragen waar het nu is. 'Estar' is voor de locatie van objecten en mensen, terwijl 'ser' wordt gebruikt voor de locatie van evenementen.
Andere betekenissen van “estará”
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.