Inklingo

Hoe zeg je "zal zijn" in het Spaans

Dutch → Spaans

estará

es-tah-RAHestaˈɾa

WerkwoordA2Neutraal
Gebruik 'estará' om te verwijzen naar een toekomstige locatie, een tijdelijke toestand, een gevoel of een conditie.
Een klein, felgekleurd figuurtje vliegt naar beneden richting een duidelijk gedefinieerd, leeg houten podium dat in een park is opgezet, wat wijst op een toekomstige aankomst.

Voorbeelden

El concierto estará en el parque central.

Het concert zal in het centrale park zijn.

Cuando llegues, tu hermana ya estará allí.

Wanneer je aankomt, zal je zus er al zijn.

¿Dónde estará mi paraguas? Creo que lo dejé en el coche.

Ik vraag me af waar mijn paraplu is. Ik denk dat ik hem in de auto heb laten liggen.

Ella estará muy contenta con la noticia.

Ze zal erg blij zijn met het nieuws.

Toekomende tijd voor Locatie

'Estará' is de toekomende tijd van 'estar' voor 'hij,' 'zij,' 'het' of het beleefde 'u'. Gebruik het om aan te geven waar iemand of iets zich zal bevinden.

Gokken over het Heden

Je kunt 'estará' ook gebruiken om een gok te doen over het heden. Bijvoorbeeld, '¿Dónde estará Juan?' betekent 'Ik vraag me af waar Juan nu is?'

Toekomende Tijd voor Staten & Gevoelens

Gebruik 'estará' om te praten over hoe iemand zich zal voelen of in welke conditie iets zal zijn. Denk aan dingen die kunnen veranderen, zoals humeur, gezondheid of het weer.

Estará versus Será (voor locatie)

Fout:La fiesta será en mi casa.

Correctie: De locatie van een *gebeurtenis* gebruikt SER (La fiesta *será* in mijn huis). De locatie van een *object* of *persoon* gebruikt ESTAR. Een veelgemaakte fout door Nederlandstaligen is het verwarren van de twee, net als bij 'zijn' in het Nederlands, maar Spaans maakt hier een strikter onderscheid. Gebruik 'estará' voor de locatie van dingen/mensen, niet voor evenementen.

Gebruik van 'será' voor Locatie

Fout:¿Dónde será mi libro?

Correctie: Gebruik '¿Dónde estará mi libro?' om te vragen waar je boek zal zijn of om je af te vragen waar het nu is. 'Estar' is voor de locatie van objecten en mensen, terwijl 'ser' wordt gebruikt voor de locatie van evenementen.

Estará versus Será (voor condities)

Fout:Él será feliz con el regalo.

Correctie: Gebruik 'Él estará feliz con el regalo.' Geluk is een gevoel of toestand, geen permanente eigenschap. Gebruik 'estará' voor tijdelijke condities en 'será' voor essentiële kwaliteiten. Dit is vergelijkbaar met het Nederlands: 'Hij *is* gelukkig' (tijdelijk) versus 'Hij *is* een dokter' (permanent).

será

seh-RAHseˈɾa

WerkwoordA2Neutraal
Gebruik 'será' om te spreken over een algemene toekomstige gebeurtenis of identiteit die als permanent wordt beschouwd.
Een student op zijn afstudeerceremonie, wat een toekomstige gebeurtenis voorstelt die zal plaatsvinden.

Voorbeelden

La fiesta será el viernes.

Het feest zal op vrijdag zijn.

Ella será una gran doctora.

Zij zal een geweldige dokter zijn.

El examen no será difícil.

Het examen zal niet moeilijk zijn.

Praten over de Toekomst

'Será' is een vervoeging van het werkwoord 'ser' (zijn). Gebruik het om te praten over wat iets of iemand in de toekomst zal zijn. Het is voor de vormen 'hij', 'zij', 'het' of het formele 'u'.

Será versus Estará

Fout:La conferencia será en el hotel. (Gebruik van 'será' voor locatie)

Correctie: La conferencia estará en el hotel. Gebruik 'estará' voor waar iets zich zal bevinden, maar 'será' voor hoe laat het is of wat het is (bijv. 'será interesante'). In het Nederlands gebruiken we voor beide 'zijn' (zal zijn), maar onthoud dat 'ser' voor permanente eigenschappen en 'estar' voor tijdelijke locaties/toestanden is.

Verwarring tussen 'estar' en 'ser' in de toekomst

De meest voorkomende fout is het verwarren van de toekomstige vormen van 'estar' en 'ser'. Onthoud dat 'estará' wordt gebruikt voor tijdelijke situaties en locaties, terwijl 'será' meer voor permanente kenmerken en algemene gebeurtenissen staat.

Gerelateerde vertalingen

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.