Hoe zeg je "het huren" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “het huren” is “alquiler” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
El alquiler de nuestro piso subió el 10% este año.
De huur van ons appartement is dit jaar met 10% gestegen.
Necesitamos un coche de alquiler para visitar la costa.
We hebben een huurauto nodig om de kust te bezoeken.
¿Cuándo es la fecha límite para pagar el alquiler?
Wat is de uiterste datum om de huur te betalen?
Altijd Mannelijk
Hoewel het eindigt op '-er', is 'alquiler' een mannelijk zelfstandig naamwoord, dus gebruik altijd 'el' of 'un' ervoor: 'el alquiler', 'un buen alquiler'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'de huur' vrouwelijk/mannelijk is (de/het), maar het Spaanse lidwoord is vast.
Zelfstandig Naamwoord en Werkwoord Verwarren
Fout: “Het gebruiken van *alquiler* wanneer je de handeling van huren bedoelt, bijv. 'Quiero alquiler una casa.'”
Correctie: Gebruik het werkwoord *alquilar* voor de handeling: 'Quiero *alquilar* una casa.' (Ik wil een huis huren).
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.