Inklingo

Hoe zeg je "het maken" in het Spaans

Dutch → Spaans

hacerlo

ah-SER-lohaˈθeɾlo

werkwoordA1neutraal
Gebruik 'hacerlo' wanneer je het hebt over het algemeen 'doen' of 'verrichten' van iets, zonder specifieke nadruk op het creëren ervan.
Een persoon die een eenvoudige taak uitvoert, zoals het strikken van een schoenveter.

Voorbeelden

¿Puedes hacerlo?

Kun je het doen?

Voy a hacerlo mañana.

Ik ga het morgen doen.

Ella quiere hacerlo sola.

Zij wil het zelf doen.

Alles Samenvoegen

'Hacerlo' combineert het werkwoord 'hacer' (doen/maken) met 'lo' (het/hem/haar). Zie het als één geheel dat 'het doen' of 'het maken' betekent.

Niet Splitsen

Fout:Woorden tussen 'hacer' en 'lo' plaatsen.

Correctie: Houd 'hacer' en 'lo' aan elkaar vast. Zeg 'Voy a hacerlo' (Ik ga het doen), niet 'Voy a hacer lo'.

haciéndolo

tussenwerpselA2neutraal
Gebruik 'haciéndolo' (als deel van de 'gerundio'-vorm) om aan te geven dat je op dit moment bezig bent met het creëren of maken van iets.

Voorbeelden

¡Estoy haciéndolo!

Ik ben het aan het maken/doen!

Het verschil tussen 'hacerlo' en 'haciéndolo'

De meest gemaakte fout is het verwarren van de algemene betekenis van 'doen' met de specifieke betekenis van 'bezig zijn met maken'. 'Hacerlo' is een algemene instructie, terwijl 'haciéndolo' aangeeft dat het proces van maken momenteel plaatsvindt.

Gerelateerde vertalingen

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.