Hoe zeg je "hij" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “hij” is “él” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Él es mi hermano.
Hij is mijn broer.
¿Hablaste con él?
Heb je met hem gesproken?
El libro es para él.
Het boek is voor hem.
De Magische Accentstreep: él versus el
Het streepje boven de 'e' verandert alles! 'Él' met een accent betekent 'hij/hem'. 'El' zonder accent betekent 'de' (voor mannelijke zelfstandige naamwoorden, zoals 'el libro'). Let altijd op het accent!
Twee Functies: 'Hij' en 'Hem'
'Él' vervult de functie van zowel 'hij' als 'hem' in het Nederlands. Gebruik het wanneer hij de actie uitvoert ('Él corre' - Hij rent) en na kleine verbindingswoordjes zoals 'para' (voor) of 'con' (met) ('para él' - voor hem).
Het Accent Vergeten
Fout: “El es doctor.”
Correctie: Él es doctor. Zonder accent betekent 'el' 'de', dus de eerste zin klinkt als 'De is dokter', wat geen Spaans is.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.