Hoe zeg je "huisschoen" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “huisschoen” is “zapatilla” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
nounA1

Voorbeelden
Al llegar a casa, me quito las botas y me pongo las zapatillas.
Als ik thuiskom, trek ik mijn laarzen uit en doe mijn pantoffels aan.
Mis zapatillas son muy suaves y calientes.
Mijn pantoffels zijn heel zacht en warm.
De toevoeging 'huis'
Spaanstaligen voegen vaak 'de estar por casa' (om in huis te zijn) toe om pantoffels te onderscheiden van sneakers.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.