Hoe zeg je "jij bewapent" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “jij bewapent” is “armas” — B1 niveau.
Dutch → SpaansB1
VerbB1

Voorbeelden
¿Tú armas el mueble mientras yo preparo la cena?
Monteer jij het meubel terwijl ik het avondeten klaarmaak?
¡Siempre armas un escándalo por nada!
Je veroorzaakt altijd een scène om niets!
Si armas un buen plan, el proyecto será un éxito.
Als jij een goed plan in elkaar zet, wordt het project een succes.
Zelfstandig naamwoord versus Werkwoord
Fout: “Tú tienes armas el modelo.”
Correctie: Tú armas el modelo. De zin heeft een actie (een werkwoord) nodig, geen ding (een zelfstandig naamwoord). 'Armas' betekent hier 'jij monteert'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.