Inklingo

Hoe zeg je "jullie wonen" in het Spaans

Het Spaanse woord voorjullie wonenis vivenA1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Dutch → SpaansA1

viven

verbA1
meervoudige aanspreekvorm (Ustedes)
Twee vriendelijke figuren zitten samen op een bank in de woonkamer van een klein, felgekleurd huis.

Voorbeelden

Mis abuelos viven en un pueblo pequeño.

Mijn grootouders wonen in een klein dorp.

¿Dónde viven ustedes ahora?

Waar wonen jullie nu?

Ellos viven felices a pesar de los problemas.

Zij leven gelukkig ondanks de problemen.

Derde Persoon Meervoud

'Viven' is de vorm die gebruikt wordt als het onderwerp 'ellos' (zij, mannelijk/gemengd), 'ellas' (zij, vrouwelijk) of 'ustedes' (jullie, formeel of gebruikelijk in Latijns-Amerika) is. In het Nederlands is dit vergelijkbaar met de 'zij/jullie'-vorm van 'wonen'.

Verwarring tussen 'Viven' en 'Vienen'

Fout:Het gebruik van 'vienen' (zij komen) in plaats van 'viven' (zij wonen).

Correctie: Onthoud dat de 'i' in *vivir* lijkt op de 'i' in 'leven', wat helpt om de betekenis 'wonen/leven' te onthouden.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.