Hoe zeg je "motorvoertuig" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “motorvoertuig” is “automóvil” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Mi tío compró un automóvil nuevo el mes pasado.
Mijn oom heeft vorige maand een nieuwe auto gekocht.
Necesitamos un automóvil más grande para la familia.
We hebben een grotere auto nodig voor het gezin.
El costo del mantenimiento del automóvil es muy elevado.
De kosten voor auto-onderhoud zijn erg hoog.
Geslachtsbepaling
Hoewel 'automóvil' eindigt op '-l', is het een mannelijk zelfstandig naamwoord. Je gebruikt dus 'el' (el automóvil) en mannelijke bijvoeglijke naamwoorden (un automóvil rápido). Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'de auto' vrouwelijk/mannelijk is (de/het), maar de regel van het Spaans moet je volgen.
Het verkeerde regionale woord gebruiken
Fout: “In Spanje 'carro' gebruiken of in delen van Latijns-Amerika 'coche' gebruiken bij het spreken met de lokale bevolking.”
Correctie: 'Automóvil' is altijd veilig en wereldwijd begrepen, maar luister naar de lokale bevolking om hun voorkeursterm ('coche' of 'carro') te leren.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.