Inklingo

Hoe zeg je "nagenoeg" in het Spaans

Dutch → Spaans

casi

/KAH-see//ˈka.si/

bijwoordA1Algemeen gebruik
Gebruik 'casi' als je wilt aangeven dat iets bijna, maar nog niet helemaal, voltooid of aanwezig is.
Een stapel felgekleurde houten bouwblokken die bijna tot aan het plafond reikt, met een kleine opening tussen de bovenste blok en het plafond.

Voorbeelden

La sopa está casi lista.

De soep is bijna klaar.

Son casi las tres de la tarde.

Het is bijna drie uur 's middags.

Casi me caigo en el hielo.

Ik viel bijna op het ijs.

Wat 'Casi' Doet

Casi is een bijwoord. Het vertelt je hoe dichtbij iets is om te gebeuren of waar te zijn. Het is handig omdat het zijn vorm nooit verandert—het is altijd gewoon casi.

Waar 'Casi' te Plaatsen

Je plaatst casi meestal direct vóór het woord dat het beschrijft. Bijvoorbeeld: casi termino (ik ben bijna klaar), casi perfecto (bijna perfect), of casi diez (bijna tien).

'Nauwelijks' of 'Bijna niet' Zeggen

Fout:No casi tengo tiempo.

Correctie: Casi no tengo tiempo. (Ik heb nauwelijks tijd.) Om 'bijna niet' of 'nauwelijks' te zeggen, is de constructie `casi no`. De `casi` komt eerst.

prácticamente

bijwoordB1Algemeen gebruik
Gebruik 'prácticamente' als je wilt benadrukken dat iets in de praktijk of feitelijk gezien al zo goed als gebeurd of voltooid is.

Voorbeelden

Después de tres horas, el debate estaba prácticamente terminado.

Na drie uur was het debat vrijwel voorbij.

Casi vs. Prácticamente

De meest gemaakte fout is het door elkaar halen van 'casi' en 'prácticamente'. 'Casi' impliceert dat er nog een klein beetje ontbreekt, terwijl 'prácticamente' aangeeft dat het resultaat in essentie al bereikt is, ook al zijn er misschien nog kleine details.

Gerelateerde vertalingen

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.