Hoe zeg je "op zichzelf" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “op zichzelf” is “sola” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Mi hermana vive sola en Madrid.
Mijn zus woont alleen in Madrid.
Prefiero ver la película sola.
Ik kijk liever alleen naar de film.
Se sintió muy sola durante su primer mes en la nueva ciudad.
Ze voelde zich erg eenzaam tijdens haar eerste maand in de nieuwe stad.
Afstemmen op het Zelfstandig Naamwoord
sola is de vorm die je gebruikt voor vrouwelijke dingen of personen. Als je over iets mannelijks praat, moet je het veranderen naar solo. Bijvoorbeeld: 'la casa está sola' (het huis is alleen), maar 'el perro está solo' (de hond is alleen). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands mannelijke/onzijdige en vrouwelijke woorden hebben, maar in het Spaans is het bijvoeglijk naamwoord dat eraan gekoppeld is, dat moet veranderen.
Een Tijdelijk Gevoel (`estar`) versus Een Beschrijving (`ser`)
Meestal gebruik je estar sola om te zeggen dat iemand op dit moment alleen is. 'Ella está sola en la oficina.' (Zij is alleen op kantoor). Het gebruik van ser is minder gebruikelijk en kan een levensstijl beschrijven, zoals 'Es una mujer sola.' (Zij is een alleenstaande vrouw/een vrouw die vaak alleen is). In het Nederlands gebruiken we hier meestal 'zijn' (zijn/blijven), wat meer lijkt op estar.
Geslacht Verwisseling
Fout: “La mujer está solo.”
Correctie: La mujer está sola. Omdat 'mujer' (vrouw) een vrouwelijk woord is, moet het woord dat haar beschrijft ook eindigen op '-a'.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.