Hoe zeg je "seizoenen" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “seizoenen” is “estaciones” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
nounA1
tijd van het jaar (lente, zomer, herfst, winter)

Voorbeelden
Las cuatro estaciones del año son primavera, verano, otoño e invierno.
De vier seizoenen van het jaar zijn lente, zomer, herfst en winter.
En algunas regiones solo hay dos estaciones: la seca y la lluviosa.
In sommige regio's zijn er slechts twee seizoenen: het droge en het regenseizoen.
Altijd Vrouwelijk
Onthoud dat 'estación' (de enkelvoudsvorm) altijd een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is, dus we gebruiken 'las estaciones' voor het meervoud. In het Nederlands zijn seizoenen mannelijk ('het seizoen'), maar de Spaanse vorm blijft vrouwelijk.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.