Inklingo

Hoe zeg je "speel" in het Spaans

Het Spaanse woord voorspeelis juegaA1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Dutch → SpaansA1

juega

VerbA1
Gebiedende wijs: Speel! (informeel)
Een kind met een blije uitdrukking dat een felgekleurde voetbal in een park met gras trapt.

Voorbeelden

Mi hija juega al fútbol en el parque.

Mijn dochter speelt voetbal in het park.

Usted juega muy bien a las cartas.

U speelt heel goed kaart.

¡Juega la pelota rápido!

Speel de bal snel! (Informeel bevel aan een vriend)

Stamwisseling (u → ue)

Jugar is speciaal! De 'u' in het midden verandert in 'ue' in de meeste tegenwoordige tijd vormen (juego, juegas, juega), maar NIET voor 'nosotros' of 'vosotros' (jugamos, jugáis).

Gebruik van 'Juega' voor bevelen

'¡Juega!' is de eenvoudige, informele manier om één vriend te zeggen dat hij moet spelen of actie moet ondernemen (tú-vorm). Voor formele bevelen moet je '¡Juegue!' gebruiken.

Voorzetsel bij sporten

Fout:Él juega el fútbol.

Correctie: Él juega al fútbol. (Gebruik 'a + el' wat samentrekt tot 'al' als je het over een specifieke sport of spel hebt.)

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.