Inklingo

juega

HWEH-gahˈxwe.ɣa

juega betekent speelt in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

speelt, speelOok: is aan het spelen

WerkwoordA1irregular (stem-changing u > ue) ar
Een kind met een blije uitdrukking dat een felgekleurde voetbal in een park met gras trapt.
infinitivejugar
gerundjugando
past Participlejugado

📝 In Actie

Mi hija juega al fútbol en el parque.

A1

Mijn dochter speelt voetbal in het park.

Usted juega muy bien a las cartas.

A2

U speelt heel goed kaart.

¡Juega la pelota rápido!

A2

Speel de bal snel! (Informeel bevel aan een vriend)

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • juega al tenisspeelt tennis
  • juega con sus amigosspeelt met hun vrienden

Idiomen & Uitdrukkingen

  • juega limpiospeelt eerlijk / handelt eerlijk

gokt, zet inOok: speculeert

WerkwoordB1irregular (stem-changing u > ue) ar
Een menselijke hand die twee eenvoudige, overdreven grote, kleurrijke dobbelstenen op een houten tafel laat vallen, wat de actie van gokken illustreert.

📝 In Actie

Mi tío juega a la lotería cada semana.

B1

Mijn oom zet elke week in op de loterij.

Ella juega con el dinero de la empresa.

B2

Zij gokt/neemt risico's met het geld van het bedrijf.

Woordverbindingen

Synoniemen

speelt een rol, is een factor

WerkwoordB2irregular (stem-changing u > ue) ar
Een simplistisch figuur met een overdreven hoge, witte koksmuts en schort, wat suggereert dat hij de rol van chef-kok op zich neemt.

📝 In Actie

La experiencia juega un papel importante en su decisión.

B2

Ervaring speelt een belangrijke rol in zijn beslissing.

El clima juega en contra de los agricultores.

C1

Het weer werkt tegen de boeren.

Woordverbindingen

Veelvoorkomende Collocaties

  • juega un papelspeelt een rol
  • juega a favorwerkt in het voordeel van

Indicative

Present

yojuego
juegas
él/ella/ustedjuega
nosotrosjugamos
vosotrosjugáis
ellos/ellas/ustedesjuegan

Imperfect

yojugaba
jugabas
él/ella/ustedjugaba
nosotrosjugábamos
vosotrosjugabais
ellos/ellas/ustedesjugaban

Preterite

yojugué
jugaste
él/ella/ustedjugó
nosotrosjugamos
vosotrosjugasteis
ellos/ellas/ustedesjugaron

Subjunctive

Present Subjunctive

yojuegue
juegues
él/ella/ustedjuegue
nosotrosjuguemos
vosotrosjuguéis
ellos/ellas/ustedesjueguen

Imperfect Subjunctive

yojugara / jugase
jugaras / jugases
él/ella/ustedjugara / jugase
nosotrosjugáramos / jugásemos
vosotrosjugarais / jugaseis
ellos/ellas/ustedesjugaran / jugasen

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "juega" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: juega

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'juega' als informeel bevel?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord *iocarī*, wat 'grappen maken' of 'plagen' betekende. In het Spaans verschoof de betekenis in de loop van de tijd naar het idee van fysiek spelen, spelletjes en sport.

Eerste vermelding: 10th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: jogarFrench: jouer

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Waarom heeft 'juega' een 'ue' maar 'jugamos' niet?

Jugar is een 'bootwerkwoord' of stamwisselend werkwoord. De klinker 'u' verandert in 'ue' wanneer de klemtoon erop valt. In 'jugamos' en 'jugáis' (wij/jullie meervoud) ligt de klemtoon op het '-ga-' gedeelte, dus de stam blijft regelmatig.

Wanneer zeg ik 'juega al' versus alleen 'juega'?

Gebruik 'juega al' (a + el) wanneer het lijdend voorwerp een specifieke sport of spel is, zoals 'fútbol' of 'tenis'. Gebruik alleen 'juega' wanneer het lijdend voorwerp een speeltje of persoon is, zoals 'juega con el perro' (speelt met de hond).