juego
“juego” betekent “spel” in het Spaans. Het heeft 4 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
spel
Ook: spel, sport
📝 In Actie
El fútbol es mi juego favorito.
A1Voetbal is mijn favoriete spel.
Compramos un juego de mesa para la fiesta.
A2We kochten een bordspel voor het feest.
Los niños están en el parque de juegos.
A2De kinderen zijn in de speeltuin (park van spellen).
set
Ook: set
📝 In Actie
Necesito un nuevo juego de llaves.
A2Ik heb een nieuwe sleutelset nodig.
El sofá viene con un juego de cojines.
B1De bank wordt geleverd met een set kussens.
Este collar hace juego con tus aretes.
B1Deze ketting past bij je oorbellen.
gokken

📝 In Actie
El juego puede ser una adicción peligrosa.
B1Gokken kan een gevaarlijke verslaving zijn.
Perdió todo su dinero en el juego.
B2Hij verloor al zijn geld met gokken.
Ik speel
Ook: Ik ben aan het spelen
📝 In Actie
Yo juego al tenis todos los sábados.
A1Ik speel elke zaterdag tennis.
Juego con mis amigos en el parque.
A1Ik speel met mijn vrienden in het park.
Si no te importa, yo no juego. Estoy cansado.
A2Als je het niet erg vindt, speel ik niet. Ik ben moe.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: juego
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'juego' om een 'set' van items aan te duiden?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord 'iocus', wat 'grap' of 'pret' betekende. In de loop van de tijd breidde de betekenis zich in het Spaans uit tot plezierige activiteiten en spellen in het algemeen.
Eerste vermelding: Around the 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'juego' en 'partido'?
Denk aan 'juego' als het algemene idee van een 'spel' (zoals 'het schaakspel'), terwijl 'partido' een specifiek 'wedstrijd' of 'partij' is tussen tegenstanders (zoals 'de voetbalwedstrijd op zondag'). Je speelt een 'juego', maar je kijkt naar of doet mee aan een 'partido'.
Is 'juego' altijd mannelijk? Kan ik 'la juego' zeggen?
Wanneer 'juego' een zelfstandig naamwoord is (een ding, zoals 'een spel' of 'een set'), is het altijd mannelijk, dus je gebruikt altijd 'el juego' of 'un juego'. Je zou nooit 'la juego' zeggen. Wanneer het een werkwoord is ('ik speel'), heeft het geen geslacht.



