Inklingo

juego

spel?Een activiteit voor plezier of sport, bv. een bordspel of voetbalwedstrijd.
Ook:spel?The act of playing in general.,sport?Used in plural, 'juegos', like in 'Juegos Olímpicos'.

khweh-go

/ˈxweɣo/
neutral
Twee lachende kinderen zitten tegenover elkaar aan een kleine tafel, geconcentreerd op het spelen van een kleurrijk bordspel.

Juego (Zelfst. nw.): Een spel of activiteit voor de lol, zoals een bordspel.

juego(Zelfstandig naamwoord)

mA1

spel

?

Een activiteit voor plezier of sport, bv. een bordspel of voetbalwedstrijd.

Ook:

spel

?

The act of playing in general.

,

sport

?

Used in plural, 'juegos', like in 'Juegos Olímpicos'.

📝 In Actie

El fútbol es mi juego favorito.

A1

Voetbal is mijn favoriete spel.

Compramos un juego de mesa para la fiesta.

A2

We kochten een bordspel voor het feest.

Los niños están en el parque de juegos.

A2

De kinderen zijn in de speeltuin (park van spellen).

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • juego de mesabordspel
  • juego de niñoskinderwerk (iets heel makkelijks)
  • videojuegovideospel
  • Juegos OlímpicosOlympische Spelen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • entrar en el juegomeespelen, meedoen
  • hacer juego con algobij iets passen (bv. kleding)

⭐ Gebruikstips

Spel versus Wedstrijd

Gebruik 'juego' voor het algemene concept van een spel ('juego de cartas' - kaartspel). Gebruik 'partido' als je het hebt over een specifieke competitieve wedstrijd tussen twee teams, zoals bij voetbal of tennis.

Een perfect georganiseerde keramische theeservies, inclusief vier bijpassende kopjes, schotels en een theepot, wat een verzameling items demonstreert.

Juego (Zelfst. nw.): Een set of verzameling van bijpassende items (bv. een servies).

juego(Zelfstandig naamwoord)

mA2

set

?

Een verzameling van bijpassende items.

Ook:

set

?

A matching item.

📝 In Actie

Necesito un nuevo juego de llaves.

A2

Ik heb een nieuwe sleutelset nodig.

El sofá viene con un juego de cojines.

B1

De bank wordt geleverd met een set kussens.

Este collar hace juego con tus aretes.

B1

Deze ketting past bij je oorbellen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • conjunto (set, ensemble)
  • colección (collectie)

Veelvoorkomende Collocaties

  • juego de herramientasgereedschapset
  • juego de sábanasbeddengoedset
  • juego de tétheeservies

⭐ Gebruikstips

Denken in Sets

Wanneer je een groep items ziet die bedoeld zijn om samen gebruikt te worden (sleutels, beddengoed, gereedschap, servies), is 'juego' een goed woord om ze als één geheel te beschrijven.

Twee handen op een groene viltentafel, waarbij één hand een kleine stapel glimmende gouden munten naar een paar rode en witte dobbelstenen duwt.

Juego (Zelfst. nw.): Gokken of de activiteit van het inzetten van geld.

juego(Zelfstandig naamwoord)

mB1

gokken

?

De activiteit van het inzetten van geld.

📝 In Actie

El juego puede ser una adicción peligrosa.

B1

Gokken kan een gevaarlijke verslaving zijn.

Perdió todo su dinero en el juego.

B2

Hij verloor al zijn geld met gokken.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • sala de juegogokhal, casino
  • deudas de juegogokschulden
  • adicción al juegogokverslaving

⭐ Gebruikstips

Context is Cruciaal

Deze betekenis is zeer specifiek. Je zult het bijna altijd zien in de buurt van woorden als 'dinero' (geld), 'adicción' (verslaving) of 'apostar' (wedden), wat helpt om te weten dat het 'gokken' betekent.

Een eenzame persoon in sportkleding die een voetbal over een heldergroen grasveld trapt.

Juego (Werkwoord, 1e pers. ev. tegenwoordige tijd): Ik speel (van het werkwoord jugar).

juego(Werkwoord)

A1irregular (o:ue stem change) ar

Ik speel

?

De actie van het spelen van een spel of sport.

Ook:

Ik ben aan het spelen

?

Can also be used for actions happening right now.

📝 In Actie

Yo juego al tenis todos los sábados.

A1

Ik speel elke zaterdag tennis.

Juego con mis amigos en el parque.

A1

Ik speel met mijn vrienden in het park.

Si no te importa, yo no juego. Estoy cansado.

A2

Als je het niet erg vindt, speel ik niet. Ik ben moe.

💡 Grammaticapunten

Het 'Laars'-werkwoord

Het basiswerkwoord 'jugar' is een 'stamwisselend' werkwoord. Merk op hoe de 'u' verandert in 'ue' voor de meeste vormen (juego, juegas), maar niet voor 'nosotros' (jugamos) of 'vosotros' (jugáis). Dit creëert een vorm die lijkt op een laars in de vervoegingstabel!

Een Sport Spelen: Gebruik 'a'

Wanneer je zegt dat je een specifieke sport of spel speelt, moet je 'a' toevoegen na het werkwoord. Bijvoorbeeld, 'Juego al fútbol' (Ik speel voetbal) of 'Juego a las cartas' (Ik speel kaarten).

Spellingverandering in het Verleden

Om de harde 'g'-klank in de 'yo'-vorm van de onvoltooid verleden tijd te behouden, verandert de spelling van 'g' naar 'gu'. Dus, 'ik speelde' is 'jugué', niet 'jugé'.

❌ Veelgemaakte Fouten

De 'a' vergeten

Fout:Yo juego tenis.

Correctie: Yo juego al tenis. Als je een specifiek spel of sport speelt, moet je bijna altijd 'a' of 'a la/al' toevoegen.

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedjuega
yojuego
juegas
ellos/ellas/ustedesjuegan
nosotrosjugamos
vosotrosjugáis

imperfect

él/ella/ustedjugaba
yojugaba
jugabas
ellos/ellas/ustedesjugaban
nosotrosjugábamos
vosotrosjugabais

preterite

él/ella/ustedjugó
yojugué
jugaste
ellos/ellas/ustedesjugaron
nosotrosjugamos
vosotrosjugasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedjuegue
yojuegue
juegues
ellos/ellas/ustedesjueguen
nosotrosjuguemos
vosotrosjuguéis

imperfect

él/ella/ustedjugara
yojugara
jugaras
ellos/ellas/ustedesjugaran
nosotrosjugáramos
vosotrosjugarais

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: juego

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'juego' om een 'set' van items aan te duiden?

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

📚 Meer bronnen

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'juego' en 'partido'?

Denk aan 'juego' als het algemene idee van een 'spel' (zoals 'het schaakspel'), terwijl 'partido' een specifiek 'wedstrijd' of 'partij' is tussen tegenstanders (zoals 'de voetbalwedstrijd op zondag'). Je speelt een 'juego', maar je kijkt naar of doet mee aan een 'partido'.

Is 'juego' altijd mannelijk? Kan ik 'la juego' zeggen?

Wanneer 'juego' een zelfstandig naamwoord is (een ding, zoals 'een spel' of 'een set'), is het altijd mannelijk, dus je gebruikt altijd 'el juego' of 'un juego'. Je zou nooit 'la juego' zeggen. Wanneer het een werkwoord is ('ik speel'), heeft het geen geslacht.