Hoe zeg je "gokken" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “gokken” is “jugar” — gebruik 'jugar' als je het hebt over het deelnemen aan een spel waarbij geld ingezet kan worden, zoals de loterij of een kaartspel, zonder specifiek de activiteit van het inzetten te benadrukken..
jugar
/hoo-gar//xuˈɣaɾ/

Voorbeelden
Mi abuelo juega a la lotería todas las semanas.
Mijn opa speelt elke week mee met de loterij.
No me gusta jugar dinero en las máquinas tragamonedas.
Ik speel niet graag met geld op de gokautomaten.
Se jugó todos sus ahorros en una mala inversión.
Hij vergokte al zijn spaargeld aan een slechte investering.
apuestas
ah-POO-ehs-tas (like 'a-pwest-ahs')/aˈpwes.tas/

Voorbeelden
Las apuestas deportivas son muy populares en este país.
Sportweddenschappen zijn erg populair in dit land.
Perdí todas mis apuestas en la carrera de caballos.
Ik heb al mijn weddenschappen op de paardenrace verloren.
¿Cuáles son tus apuestas para el resultado final?
Wat zijn uw voorspellingen (inzetten) voor het eindresultaat?
Altijd Meervoud voor de Activiteit
Wanneer men spreekt over de algemene activiteit van gokken of wedden, gebruikt het Spaans bijna altijd de meervoudsvorm, 'las apuestas', terwijl het Nederlands vaak het enkelvoud gebruikt ('gokken' of 'de weddenschap').
Enkelvoud Gebruiken voor het Concept
Fout: “La apuesta es ilegal.”
Correctie: Las apuestas son ilegales. (Gebruik het meervoudige zelfstandig naamwoord wanneer u verwijst naar het algemene concept van gokken.)
juego
/khweh-go//ˈxweɣo/

Voorbeelden
El juego puede ser una adicción peligrosa.
Gokken kan een gevaarlijke verslaving zijn.
Perdió todo su dinero en el juego.
Hij verloor al zijn geld met gokken.
jugando
/hoo-GAHN-doh//xuˈɣan.do/

Voorbeelden
Él estaba jugando todo su sueldo en la lotería.
Hij gokte zijn hele salaris op de loterij.
La policía intervino el casino donde estaban jugando ilegalmente.
De politie viel het casino binnen waar ze illegaal aan het gokken waren.
Verband met Geld
Wanneer 'jugando' gokken betekent, heeft het meestal een direct object (het geld of object dat geriskeerd wordt), in tegenstelling tot wanneer het een sport speelt.
creer
/kreh-EHR//kɾeˈeɾ/

Voorbeelden
Creo que va a llover.
Ik denk dat het gaat regenen.
Ellos no creen la historia.
Zij geloven het verhaal niet.
¿Crees que es una buena idea?
Vind jij dat een goed idee?
Meningen Uiten versus Twijfel Uiten
Wanneer je een mening uit met 'creo que...', gebruik je de normale werkwoordsvorm. Voorbeeld: 'Creo que es verdad' (Ik denk dat het waar is). Maar als je twijfel uit met 'no creo que...', verandert het volgende werkwoord naar een speciale vorm (de conjunctief/subjuntivo). Voorbeeld: 'No creo que sea verdad' (Ik denk niet dat het waar is). Dit is een belangrijk verschil met het Nederlands, waar we vaak de indicatief blijven gebruiken na 'ik denk niet dat...'
Verwarring tussen 'creer' en 'pensar'
Fout: “'Pienso que va a llover.'”
Correctie: 'Creo que va a llover.' Hoewel beide 'denken' kunnen betekenen, wordt 'creer' veel vaker gebruikt voor alledaagse meningen en overtuigingen. Gebruik 'pensar' meer voor het actieve proces van nadenken of overpeinzen.
Verwarring tussen 'jugar' en 'apuestas'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.




