jugar
“jugar” betekent “spelen” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
spelen
Ook: plezier maken
📝 In Actie
Los niños juegan en el parque todas las tardes.
A1De kinderen spelen elke middag in het park.
¿Quieres jugar al tenis conmigo este fin de semana?
A1Wil je dit weekend tennis met me spelen?
Ayer jugamos a las cartas hasta muy tarde.
A2Gisteren speelden we tot laat kaarten.
wedden
Ook: gokken, inzetten
📝 In Actie
Mi abuelo juega a la lotería todas las semanas.
B1Mijn opa speelt elke week mee met de loterij.
No me gusta jugar dinero en las máquinas tragamonedas.
B1Ik speel niet graag met geld op de gokautomaten.
Se jugó todos sus ahorros en una mala inversión.
B2Hij vergokte al zijn spaargeld aan een slechte investering.
een rol spelen
Ook: spelen met, knoeien met
📝 In Actie
La tecnología juega un papel fundamental en la educación moderna.
B2Technologie speelt een fundamentele rol in het moderne onderwijs.
Por favor, no juegues con mis sentimientos.
B1Speel alsjeblieft niet met mijn gevoelens.
Varios factores jugaron en su contra durante el juicio.
C1Verschillende factoren speelden tegen hem tijdens het proces.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "jugar" in het Spaans:
gokken→inzetten→knoeien met→plezier maken→spelen→spelen met→wedden→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: jugar
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'jugar' om 'wedden' of 'gokken' te betekenen?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord 'iocārī', wat 'grappen maken' of 'grapjes maken' betekende. In de loop van de tijd verschoof de betekenis van grappen vertellen naar het meer algemene idee van plezier maken en spelletjes spelen.
Eerste vermelding: Around the 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom zeg je 'jugar al fútbol' maar 'tocar el piano'? Beide betekenen 'to play' in het Engels!
Dat is een goede vraag, want dit is een veelvoorkomend punt van verwarring. In het Spaans gebruik je 'jugar' voor sporten en spellen, maar voor muziekinstrumenten moet je het werkwoord 'tocar' gebruiken. Denk aan 'tocar' als 'aanraken', wat je doet met de toetsen of snaren van een instrument.
Ik raak in de war door de spellingveranderingen, zoals 'juego' maar ook 'jugué'. Waarom?
Dit gebeurt bij veel Spaanse werkwoorden! 'Jugar' is een 'stamwisselend' werkwoord, dus de 'u' verandert in 'ue' in de meeste tegenwoordige tijdsvormen (yo juego, tú juegas...). Vervolgens verandert het in de verleden tijd 'ik'-vorm naar 'jugué' om de harde 'g'-klank te behouden. Als het 'jugé' was, zou het klinken als 'hoe-jee'. Het vergt wat oefening, maar je krijgt deze patronen onder de knie!


