jugar
hoo-gar
/xuˈɣaɾ/
Jugar is het meest gebruikte Spaanse werkwoord dat 'spelen' betekent (een spel of sport).
jugar(Werkwoord)
spelen
?spellen, sporten
plezier maken
?general recreation, especially for children
📝 In Actie
Los niños juegan en el parque todas las tardes.
A1De kinderen spelen elke middag in het park.
¿Quieres jugar al tenis conmigo este fin de semana?
A1Wil je dit weekend tennis met me spelen?
Ayer jugamos a las cartas hasta muy tarde.
A2Gisteren speelden we tot laat kaarten.
💡 Grammaticapunten
De Magische 'a'
Wanneer je het hebt over het spelen van een specifieke sport of spel, moet je bijna altijd 'a' toevoegen na 'jugar'. Dus het is 'jugar a las cartas' (kaarten spelen) of 'jugar al fútbol' (voetballen).
De Stamverandering
Merk op hoe de 'u' in 'jugar' verandert in 'ue' in sommige vervoegingen, zoals 'yo juego' (ik speel). Dit gebeurt in de tegenwoordige tijd voor de meeste personen, maar niet voor 'nosotros' (wij) of 'vosotros' (jullie, informeel).
❌ Veelgemaakte Fouten
Een Instrument Bespelen
Fout: “Me gusta jugar la guitarra.”
Correctie: Me gusta tocar la guitarra. Voor muziekinstrumenten gebruikt Spaans het werkwoord 'tocar', niet 'jugar'. 'Jugar' is voor spellen en sporten.
De 'a' Vergeten
Fout: “¿Quieres jugar tenis?”
Correctie: ¿Quieres jugar al tenis? Hoewel je mensen soms de 'a' hoort weglaten in informeel taalgebruik, is het een goede gewoonte om deze altijd te gebruiken als je het over een specifiek spel of sport hebt.
⭐ Gebruikstips
Meer dan Alleen Spelletjes
Hoewel het voornamelijk 'spelen' betekent, kun je 'jugar' ook gebruiken om simpelweg aan te geven dat 'kinderen aan het spelen zijn', zonder een specifiek spel te noemen. Bijvoorbeeld: 'Los niños están jugando afuera' (De kinderen zijn buiten aan het spelen).

In een andere context betekent jugar 'wedden' of 'gokken' met geld.
jugar(Werkwoord)
wedden
?geld, gokken
gokken
?general risk-taking
,inzetten
?putting something at risk
📝 In Actie
Mi abuelo juega a la lotería todas las semanas.
B1Mijn opa speelt elke week mee met de loterij.
No me gusta jugar dinero en las máquinas tragamonedas.
B1Ik speel niet graag met geld op de gokautomaten.
Se jugó todos sus ahorros en una mala inversión.
B2Hij vergokte al zijn spaargeld aan een slechte investering.
⭐ Gebruikstips
'Jugar' versus 'Apostar'
'Jugar' kan 'wedden' betekenen, zoals 'jugar a la lotería'. Het werkwoord 'apostar' is specifieker en betekent altijd geld inzetten op een uitkomst. Je kunt ze soms door elkaar gebruiken, maar 'apostar' is duidelijker als er geld op het spel staat.

Jugar kan ook figuurlijk worden gebruikt om 'een rol spelen' of 'invloed hebben' te betekenen.
jugar(Werkwoord)
een rol spelen
?figuurlijk, invloed uitoefenen
spelen met
?emotions, ideas
,knoeien met
?informal, relationships
📝 In Actie
La tecnología juega un papel fundamental en la educación moderna.
B2Technologie speelt een fundamentele rol in het moderne onderwijs.
Por favor, no juegues con mis sentimientos.
B1Speel alsjeblieft niet met mijn gevoelens.
Varios factores jugaron en su contra durante el juicio.
C1Verschillende factoren speelden tegen hem tijdens het proces.
⭐ Gebruikstips
Een Belangrijke Uitdrukking om te Kennen
De uitdrukking 'jugar un papel' of 'jugar un rol' is zeer gebruikelijk in professioneel en academisch Spaans. Het betekent 'een rol spelen' en is een goede manier om geavanceerder te klinken.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: jugar
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'jugar' om 'wedden' of 'gokken' te betekenen?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Waarom zeg je 'jugar al fútbol' maar 'tocar el piano'? Beide betekenen 'to play' in het Engels!
Dat is een goede vraag, want dit is een veelvoorkomend punt van verwarring. In het Spaans gebruik je 'jugar' voor sporten en spellen, maar voor muziekinstrumenten moet je het werkwoord 'tocar' gebruiken. Denk aan 'tocar' als 'aanraken', wat je doet met de toetsen of snaren van een instrument.
Ik raak in de war door de spellingveranderingen, zoals 'juego' maar ook 'jugué'. Waarom?
Dit gebeurt bij veel Spaanse werkwoorden! 'Jugar' is een 'stamwisselend' werkwoord, dus de 'u' verandert in 'ue' in de meeste tegenwoordige tijdsvormen (yo juego, tú juegas...). Vervolgens verandert het in de verleden tijd 'ik'-vorm naar 'jugué' om de harde 'g'-klank te behouden. Als het 'jugé' was, zou het klinken als 'hoe-jee'. Het vergt wat oefening, maar je krijgt deze patronen onder de knie!