trabajar
tra-ba-HAR
/tɾa.βaˈxaɾ/
Trabajar betekent 'werken' in de context van een baan hebben of een taak uitvoeren.
trabajar(Werkwoord)
werken
?een baan hebben of een taak uitvoeren
arbeiden
?performing physical effort
📝 In Actie
Mi hermana trabaja en un hospital.
A1Mijn zus werkt in een ziekenhuis.
Necesito trabajar mañana por la mañana.
A1Ik moet morgenochtend werken.
¿En qué te gustaría trabajar en el futuro?
A2Wat zou je in de toekomst willen gaan doen?
💡 Grammaticapunten
Praten over waar je werkt
Om te zeggen waar je werkt of in welke sector je zit, gebruik je trabajar en. Bijvoorbeeld: 'Trabajo en un banco' (Ik werk bij een bank) of 'Trabajo en marketing' (Ik werk in marketing). Dit lijkt op het Nederlandse 'werken bij' of 'werken in'.
Praten over voor wie je werkt
Om te zeggen wie je werkgever is, gebruik je trabajar para. Bijvoorbeeld: 'Trabajo para una gran empresa' (Ik werk voor een groot bedrijf).
❌ Veelgemaakte Fouten
Werkwoord versus Zelfstandig Naamwoord
Fout: “Me gusta mi trabajar.”
Correctie: Me gusta mi trabajo. (Ik vind mijn baan leuk). Onthoud dat 'trabajar' de actie is (werken), en 'trabajo' het ding is (de baan).
⭐ Gebruikstips
Vragen 'Wat doe je?'
Een heel natuurlijke manier om iemand naar zijn beroep te vragen is '¿En qué trabajas?'. Het is vergelijkbaar met zeggen: 'Waar werk je in?'.

Wanneer verwezen wordt naar machines of apparaten, betekent trabajar 'functioneren' of 'draaien'.
trabajar(Werkwoord)
werken
?voor een machine, apparaat of systeem
functioneren
?operating correctly
,draaien
?for a motor or engine
📝 In Actie
El aire acondicionado no trabaja.
A2De airconditioning werkt niet.
¿Sabes por qué la impresora no trabaja?
B1Weet je waarom de printer niet werkt?
Este plan no va a trabajar.
B1Dit plan gaat niet werken.
⭐ Gebruikstips
'Trabajar' versus 'Funcionar'
Voor machines en apparaten kun je 'trabajar' en 'funcionar' vaak door elkaar gebruiken. 'Funcionar' klinkt soms iets technischer, terwijl 'trabajar' heel gebruikelijk is in alledaagse spreektaal. Je maakt geen fout door 'Mi coche no trabaja' te zeggen!

Trabajar kan ook betekenen 'bewerken' of 'vormgeven' aan een materiaal, zoals leer of hout.
trabajar(Werkwoord)
bewerken
?het vormgeven of verwerken van een materiaal
ontwikkelen
?an idea or skill
,bewerken (land)
?the land
📝 In Actie
El artesano trabaja el cuero con mucha habilidad.
B1De ambachtsman bewerkt het leer met veel vaardigheid.
Tenemos que trabajar más la presentación antes de la reunión.
B2We moeten de presentatie nog meer uitwerken voor de vergadering.
Los agricultores trabajan la tierra para prepararla para la siembra.
B2De boeren bewerken het land om het voor te bereiden op de aanplant.
💡 Grammaticapunten
Een werkwoord dat een lijdend voorwerp heeft
In deze betekenis heeft 'trabajar' meestal iets nodig dat de actie ondergaat. Je 'werkt' niet zomaar, je 'werkt aan iets' (het hout, het idee, het land). Dit komt overeen met het Nederlandse 'werken aan'.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: trabajar
Vraag 1 van 2
Welke zin is correct?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'trabajar' en 'funcionar'?
Voor mensen moet je 'trabajar' gebruiken. Voor machines of systemen kun je vaak beide gebruiken! 'Funcionar' is iets specifieker en technischer, zoals 'functioneren', terwijl 'trabajar' algemener en gebruikelijker is in de dagelijkse spreektaal. Je kunt geen fout maken door 'Mi coche no trabaja' te zeggen.
Hoe zeg ik 'Ik ben nu aan het werk'?
Je gebruikt een speciale vorm genaamd de tegenwoordige tijd progressief. Zeg 'Estoy trabajando'. Deze wordt gevormd met het werkwoord 'estar' (estoy) + de '-ando' vorm van het werkwoord (trabajando). Dit is vergelijkbaar met de Nederlandse constructie 'Ik ben aan het werken'.