Inklingo

trabajo

tra-BA-hotɾaˈβaxo

trabajo betekent werk in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

werk, baan

Ook: papier, werkstuk
Mexico & parts of Central America
Een persoon zit aan een bureau in een licht kantoor, geconcentreerd op zijn werk op een laptop, wat het concept van een baan of werk voorstelt.

📝 In Actie

Tengo mucho trabajo esta semana.

A1

Ik heb deze week veel werk.

Mi hermano encontró un nuevo trabajo.

A2

Mijn broer heeft een nieuwe baan gevonden.

El trabajo de historia es para el viernes.

B1

Het geschiedenispapier moet vrijdag ingeleverd worden.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • empleo (werkgelegenheid, baan)
  • labor (arbeid, taak)
  • ocupación (beroep)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • buscar trabajoeen baan zoeken
  • puesto de trabajofunctie
  • ir al trabajonaar het werk gaan

Idiomen & Uitdrukkingen

  • manos a la obraAan de slag!

Ik werk

WerkwoordA1regular ar
Een persoon die actief een muur schildert, wat de actie van werken voorstelt.
infinitivetrabajar
gerundtrabajando
past Participletrabajado

📝 In Actie

Trabajo en una escuela.

A1

Ik werk op een school.

Trabajo como programador.

A2

Ik werk als programmeur.

Hoy no trabajo, es mi día libre.

A1

Ik werk vandaag niet, het is mijn vrije dag.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • laborar (werken, arbeid verrichten (formeler))

Antoniemen

  • descansar (rusten)
  • holgazanear (lui zijn, lanterfanten)

Veelvoorkomende Collocaties

  • trabajar durohard werken
  • trabajar horas extrasoverwerken
  • trabajar en equipoin een team werken

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedtrabaja
yotrabajo
trabajas
ellos/ellas/ustedestrabajan
nosotrostrabajamos
vosotrostrabajáis

imperfect

él/ella/ustedtrabajaba
yotrabajaba
trabajabas
ellos/ellas/ustedestrabajaban
nosotrostrabajábamos
vosotrostrabajabais

preterite

él/ella/ustedtrabajó
yotrabajé
trabajaste
ellos/ellas/ustedestrabajaron
nosotrostrabajamos
vosotrostrabajasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedtrabaje
yotrabaje
trabajes
ellos/ellas/ustedestrabajen
nosotrostrabajemos
vosotrostrabajéis

imperfect

él/ella/ustedtrabajara
yotrabajara
trabajaras
ellos/ellas/ustedestrabajaran
nosotrostrabajáramos
vosotrostrabajarais

🔀 Commonly Confused With

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "trabajo" in het Spaans:

baanik werkpapierwerkwerkstukwerkte

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: trabajo

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'trabajo' om 'baan' (een zelfstandig naamwoord) te betekenen?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse woord 'tripāliāre', wat 'martelen' betekende met behulp van een instrument genaamd een 'tripālium'. Door de eeuwen heen verzachtte de betekenis van 'lijden' naar 'inspanning leveren' en uiteindelijk naar de moderne betekenis van 'werken'.

Eerste vermelding: c. 12th century

Cognaten (Verwante woorden)

French: travailPortuguese: trabalhoCatalan: treball

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'trabajo' en 'trabajar'?

'Trabajar' is het werkwoord in zijn basisvorm, wat 'werken' betekent. 'Trabajo' kan twee dingen zijn: het zelfstandig naamwoord voor 'werk/baan' (el trabajo), of de werkwoordsvorm voor 'ik werk' (Yo trabajo).

Hoe zeg je 'Goed gedaan!' in het Spaans?

De meest gebruikelijke manier is '¡Buen trabajo!'. Je kunt ook '¡Bien hecho!' zeggen, wat letterlijk 'Goed gedaan!' betekent.