trabajo
“trabajo” betekent “werk” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
werk, baan
Ook: papier, werkstuk
📝 In Actie
Tengo mucho trabajo esta semana.
A1Ik heb deze week veel werk.
Mi hermano encontró un nuevo trabajo.
A2Mijn broer heeft een nieuwe baan gevonden.
El trabajo de historia es para el viernes.
B1Het geschiedenispapier moet vrijdag ingeleverd worden.
Ik werk

📝 In Actie
Trabajo en una escuela.
A1Ik werk op een school.
Trabajo como programador.
A2Ik werk als programmeur.
Hoy no trabajo, es mi día libre.
A1Ik werk vandaag niet, het is mijn vrije dag.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: trabajo
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'trabajo' om 'baan' (een zelfstandig naamwoord) te betekenen?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord 'tripāliāre', wat 'martelen' betekende met behulp van een instrument genaamd een 'tripālium'. Door de eeuwen heen verzachtte de betekenis van 'lijden' naar 'inspanning leveren' en uiteindelijk naar de moderne betekenis van 'werken'.
Eerste vermelding: c. 12th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'trabajo' en 'trabajar'?
'Trabajar' is het werkwoord in zijn basisvorm, wat 'werken' betekent. 'Trabajo' kan twee dingen zijn: het zelfstandig naamwoord voor 'werk/baan' (el trabajo), of de werkwoordsvorm voor 'ik werk' (Yo trabajo).
Hoe zeg je 'Goed gedaan!' in het Spaans?
De meest gebruikelijke manier is '¡Buen trabajo!'. Je kunt ook '¡Bien hecho!' zeggen, wat letterlijk 'Goed gedaan!' betekent.

