Inklingo

Hoe zeg je "baan" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorbaanis trabajogebruik 'trabajo' voor een algemene betaalde baan of werk in het algemeen. Dit is de meest voorkomende vertaling..

trabajo🔊A1

Gebruik 'trabajo' voor een algemene betaalde baan of werk in het algemeen. Dit is de meest voorkomende vertaling.

Meer leren →
empleo🔊A1

Gebruik 'empleo' specifiek voor een arbeidsplaats of een formele baan, vaak met een nadruk op de werkgelegenheid zelf.

Meer leren →
puesto🔊B1

Gebruik 'puesto' om een specifieke functie of positie binnen een organisatie aan te duiden, zoals een 'functie' of 'betrekking'.

Meer leren →
ocupaciónA1

Gebruik 'ocupación' om te verwijzen naar iemands beroep of werkveld in het algemeen, wat iemand doet om de kost te verdienen.

Meer leren →
cargo🔊B1

Gebruik 'cargo' voor een specifieke, vaak hogere, functie of verantwoordelijkheid binnen een bedrijf of organisatie.

Meer leren →
pista🔊B1

Gebruik 'pista' uitsluitend voor een fysieke baan waar sporten zoals racen of atletiek plaatsvinden.

Meer leren →
órbitaB1

Gebruik 'órbita' in de context van astronomie voor de baan van een hemellichaam rond een ander lichaam.

Meer leren →
camello🔊C1

Gebruik 'camello' informeel voor een tijdelijke of bijbaan, vaak tijdens vakanties of als studentenbaan.

Meer leren →
Dutch → Spaans

trabajo

/tra-BA-ho//tɾaˈβaxo/

nounA1algemeen
Gebruik 'trabajo' voor een algemene betaalde baan of werk in het algemeen. Dit is de meest voorkomende vertaling.
Een persoon zit aan een bureau in een licht kantoor, geconcentreerd op zijn werk op een laptop, wat het concept van een baan of werk voorstelt.

Voorbeelden

Tengo mucho trabajo esta semana.

Ik heb deze week veel werk.

Mi hermano encontró un nuevo trabajo.

Mijn broer heeft een nieuwe baan gevonden.

El trabajo de historia es para el viernes.

Het geschiedenispapier moet vrijdag ingeleverd worden.

Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord

'Trabajo' is een 'mannelijk' woord, wat betekent dat je er altijd 'el' (de) of 'un' (een) voor gebruikt. Bijvoorbeeld 'el trabajo' of 'un trabajo difícil'.

Verwarring tussen 'trabajo' en 'viaje'

Fout:Soms halen leerders 'trabajo' (werk) en 'viaje' (reis) door elkaar omdat ze een beetje op elkaar lijken.

Correctie: Onthoud: 'trabajo' heeft een 'b' zoals in het Nederlandse 'bezigheid', en 'viaje' heeft een 'v' zoals in 'voyage' (reis).

empleo

em-PLEH-oh/emˈpleo/

nounA1formeel
Gebruik 'empleo' specifiek voor een arbeidsplaats of een formele baan, vaak met een nadruk op de werkgelegenheid zelf.
Een kleurrijke boekillustratie die een vrolijk persoon toont in professionele kleding, zittend aan een schoon bureau met een laptop en een kamerplant, wat een baan of arbeidsplaats voorstelt.

Voorbeelden

Busco un empleo a tiempo parcial para pagar mis estudios.

Ik zoek een baan voor een parttime om mijn studie te betalen.

Mi hermano consiguió un nuevo empleo en una empresa de tecnología.

Mijn broer heeft een nieuwe baan gekregen bij een technologiebedrijf.

El nivel de empleo en la región ha mejorado significativamente este año.

Het werkgelegenheidsniveau in de regio is dit jaar significant verbeterd.

Altijd Mannelijk

Hoewel het eindigt op 'o', is het altijd een mannelijk zelfstandig naamwoord, dus gebruik 'el' of 'un' ervoor: 'un buen empleo'.

Verwarring tussen Empleo en Trabajo

Fout:Het gebruik van 'trabajo' wanneer men verwijst naar de staat van in dienst zijn (bijv. 'el nivel de trabajo').

Correctie: Gebruik 'empleo' voor de algemene staat of beschikbaarheid van banen: 'el nivel de empleo' (werkgelegenheidsniveau). Gebruik 'trabajo' voor de inspanning of de plek waar je werkt.

puesto

/PWES-toh//ˈpwesto/

nounB1formeel
Gebruik 'puesto' om een specifieke functie of positie binnen een organisatie aan te duiden, zoals een 'functie' of 'betrekking'.
Een kleurrijke marktkraam die overloopt van vers fruit en groenten onder een gestreepte luifel.

Voorbeelden

Tengo un nuevo puesto en la oficina.

Ik heb een nieuwe baan/positie op kantoor.

Compramos frutas frescas en un puesto del mercado.

We kochten vers fruit bij een kraam op de markt.

El soldado no puede abandonar su puesto.

De soldaat mag zijn post niet verlaten.

ocupación

nounA1algemeen
Gebruik 'ocupación' om te verwijzen naar iemands beroep of werkveld in het algemeen, wat iemand doet om de kost te verdienen.

Voorbeelden

Por favor, escriba su ocupación en esta línea.

Schrijf alstublieft uw beroep op deze regel.

cargo

/KAR-go//ˈkaɾɣo/

nounB1formeel
Gebruik 'cargo' voor een specifieke, vaak hogere, functie of verantwoordelijkheid binnen een bedrijf of organisatie.
Een professionele vrouw die zelfverzekerd achter een groot, schoon houten bureau in een lichte kantoorruimte zit, wat een leidinggevende functie symboliseert.

Voorbeelden

Ella aceptó el cargo de directora general.

Zij accepteerde de functie van algemeen directeur.

Es un cargo con mucha responsabilidad.

Het is een functie met veel verantwoordelijkheid.

Dimitió de su cargo político el mes pasado.

Hij trad vorige maand af uit zijn politieke ambt.

pista

/PEES-tah//ˈpis.ta/

nounB1sport
Gebruik 'pista' uitsluitend voor een fysieke baan waar sporten zoals racen of atletiek plaatsvinden.
Een levendige rode atletiekbaan met witte baanlijnen die rond een groen middenveld krommen.

Voorbeelden

Los coches de carreras van muy rápido en la pista.

De raceauto's gaan erg snel op de baan.

Tenemos reservada la pista de tenis a las cinco.

Wij hebben de tennisbaan gereserveerd om vijf uur.

Me encanta patinar en la pista de hielo en invierno.

Ik ga graag schaatsen op de ijsbaan in de winter.

órbita

nounB1wetenschap
Gebruik 'órbita' in de context van astronomie voor de baan van een hemellichaam rond een ander lichaam.

Voorbeelden

El satélite artificial ha entrado en órbita y ahora da vueltas a la Tierra.

De kunstmatige satelliet is in een baan om de aarde gekomen en cirkelt nu rond de aarde.

camello

/kah-MEH-yoh//kaˈmeʝo/

nounC1informeel
Gebruik 'camello' informeel voor een tijdelijke of bijbaan, vaak tijdens vakanties of als studentenbaan.
Een persoon met een schort en een gereedschapskist staand voor een kleurrijke winkelpui.

Voorbeelden

Estoy buscando un camello para las vacaciones.

Ik zoek een baan voor de feestdagen.

¡Qué camello fue subir todas esas cajas!

Wat een hard werk was het om al die dozen te verplaatsen!

Werk of functie?

De meest voorkomende verwarring is tussen 'trabajo', 'empleo' en 'puesto'. Gebruik 'trabajo' voor algemeen werk, 'empleo' voor een werkplek/arbeidsplaats, en 'puesto' voor een specifieke functie of positie.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.