Hoe zeg je "beroep" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “beroep” is “empleo” — gebruik 'empleo' voor een algemene baan of werkgelegenheid, vooral als het gaat om werk dat men zoekt of heeft om geld te verdienen.
empleo
em-PLEH-ohemˈpleo

Voorbeelden
Busco un empleo a tiempo parcial para pagar mis estudios.
Ik zoek een baan voor een parttime om mijn studie te betalen.
Mi hermano consiguió un nuevo empleo en una empresa de tecnología.
Mijn broer heeft een nieuwe baan gekregen bij een technologiebedrijf.
El nivel de empleo en la región ha mejorado significativamente este año.
Het werkgelegenheidsniveau in de regio is dit jaar significant verbeterd.
Altijd Mannelijk
Hoewel het eindigt op 'o', is het altijd een mannelijk zelfstandig naamwoord, dus gebruik 'el' of 'un' ervoor: 'un buen empleo'.
Verwarring tussen Empleo en Trabajo
Fout: “Het gebruik van 'trabajo' wanneer men verwijst naar de staat van in dienst zijn (bijv. 'el nivel de trabajo').”
Correctie: Gebruik 'empleo' voor de algemene staat of beschikbaarheid van banen: 'el nivel de empleo' (werkgelegenheidsniveau). Gebruik 'trabajo' voor de inspanning of de plek waar je werkt.
ocupación
Voorbeelden
Por favor, escriba su ocupación en esta línea.
Schrijf alstublieft uw beroep op deze regel.
profesión
Voorbeelden
Mi hermana eligió la abogacía como profesión.
Mijn zus koos voor de advocatuur als beroep.
oficio
oh-FEE-syohoˈfiθjo

Voorbeelden
Mi abuelo aprendió el oficio de zapatero a los quince años.
Mijn grootvader leerde het ambacht van schoenmaker toen hij vijftien was.
Se necesita mucha paciencia para dominar este oficio.
Er is veel geduld nodig om dit vak te beheersen.
El oficio de médico requiere muchos años de estudio.
Het beroep van arts vereist vele jaren studie.
Su oficio es servir a la comunidad.
Zijn roeping (of taak) is het dienen van de gemeenschap.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Hoewel 'oficio' eindigt op '-o', wordt het altijd gebruikt met mannelijke lidwoorden: 'el oficio', 'un oficio'. Dit is vergelijkbaar met Nederlandse woorden die op -el eindigen (zoals 'de tafel') of woorden die geen duidelijk geslacht hebben, maar hier is het mannelijk.
Formeel Gebruik
Deze betekenis wordt vaak gebruikt in officiële formulieren of formele settings waar men naar uw 'beroep' of 'functie' wordt gevraagd. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'ambt' of 'functie'.
recurso
re-KUR-soreˈkuɾso

Voorbeelden
El agua es un recurso muy importante.
Water is een zeer belangrijke bron.
No tengo recursos para comprar un coche nuevo.
Ik heb niet de middelen om een nieuwe auto te kopen.
El gobierno debe invertir más recursos en educación.
De overheid zou meer middelen in onderwijs moeten investeren.
Geslacht is altijd mannelijk
'Recurso' is een mannelijk zelfstandig naamwoord, dus gebruik 'el' (de) en 'un' (een), nooit 'la' of 'una'. Voorbeeld: 'el recurso', 'un recurso'.
Verwarring tussen 'recurso' en 'cursos'
Fout: “Schrijven van 'recurso' als je 'cursus' bedoelt (zoals een les of lesuur).”
Correctie: Onthoud: 'recurso' betekent bron of beroep (juridisch). Voor 'cursus' (onderwijs) gebruik je 'curso'. Ze klinken vergelijkbaar, maar betekenen heel verschillende dingen!
llamado
ya-MA-doʎaˈma.ðo

Voorbeelden
Desde joven sintió el llamado de la medicina.
Vanaf jonge leeftijd voelde hij de roeping van de geneeskunde.
La organización hizo un llamado a la solidaridad internacional.
De organisatie deed een beroep op internationale solidariteit.
quehacer
keh-ah-sehrkeaˈser

Voorbeelden
Tengo muchos quehaceres domésticos hoy.
Ik heb vandaag veel huishoudelijke klusjes.
El quehacer diario puede ser agotador.
De dagelijkse sleur (dagelijkse taken) kan uitputtend zijn.
Cada uno debe atender su propio quehacer.
Iedereen moet zich met zijn eigen zaken/taken bezighouden.
Een Samenstelling
Dit woord is letterlijk samengesteld uit 'que' (wat) en 'hacer' (doen). Het beschrijft de 'wat te doen'-lijst van je dag.
Vaak Meervoud
Hoewel je de enkelvoudsvorm kunt gebruiken, zul je het meestal in het meervoud horen: 'los quehaceres'. Dit lijkt op hoe wij in het Nederlands vaak 'klusjes' of 'taken' zeggen.
Niet verwarren met het werkwoord
Fout: “Tengo que quehacer.”
Correctie: Tengo que hacer (Ik moet doen) of Tengo quehaceres (Ik heb klusjes).
apelación
Voorbeelden
El abogado presentó una apelación ante el juez.
De advocaat diende een beroep in bij de rechter.
petición
Voorbeelden
Firmamos una petición para que el ayuntamiento repare la calle.
Wij hebben een petitie ondertekend zodat de gemeenteraad de straat repareert.
Beroep versus baan
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.




