Hoe zeg je "spoor" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “spoor” is “huella” — gebruik 'huella' voor een tastbare afdruk of pad achtergelaten door een persoon, dier of voertuig, of een blijvend teken in de geschiedenis.
huella
WEY-yahˈweʝa

Voorbeelden
El perro dejó huellas de barro por toda la casa.
De hond liet modderige voetafdrukken door het hele huis achter.
La policía buscaba huellas dactilares en la ventana.
De politie was op zoek naar vingerafdrukken op het raam.
Vimos las huellas del venado en la orilla del río.
We zagen de sporen van het hert op de rivieroever.
La civilización antigua dejó una huella imborrable en la historia.
De oude beschaving liet een onuitwisbaar spoor na in de geschiedenis.
Vrouwelijk Zelfstandig Naamwoord
Onthoud dat 'huella' altijd vrouwelijk is, ook al eindigt het op '-a'. Zorg ervoor dat je 'la' of 'una' ervoor gebruikt.
Gebruik van 'Dejar'
Om een spoor achter te laten of een impact te maken, gebruik je bijna altijd het werkwoord 'dejar' (achterlaten): 'dejar una huella'.
Verwarring tussen 'Huella' en 'Pie'
Fout: “Het gebruik van 'pie' (voet) wanneer je het hebt over het spoor dat door de voet is achtergelaten.”
Correctie: Gebruik 'huella' voor de *afdruk* of het *spoor*. 'Pie' is het daadwerkelijke lichaamsdeel.
rastro
RRAH-strohˈras.tɾo

Voorbeelden
No dejó ningún rastro de su visita.
Hij liet geen enkel spoor van zijn bezoek achter.
Los excursionistas siguieron el rastro de las huellas en la nieve.
De wandelaars volgden het spoor van de voetafdrukken in de sneeuw.
El rastro de neumáticos era muy claro en el barro.
Het bandenspoor was heel duidelijk in de modder.
El perro olfateó el rastro del conejo.
De hond snuffelde aan de geur van het konijn.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Onthoud dat 'rastro' altijd een mannelijk woord is, dus het gebruikt 'el' (el rastro) en mannelijke bijvoeglijke naamwoorden (un rastro viejo). In het Nederlands is 'spoor' onzijdig (het spoor).
Verwarring tussen Rastro en Pista
Fout: “Het gebruik van 'pista' wanneer men verwijst naar een continu, fysiek pad dat op de grond is achtergelaten.”
Correctie: 'Rastro' verwijst meestal naar de fysieke sporen die achterblijven, terwijl 'pista' vaker wordt gebruikt voor abstracte aanwijzingen of een algemene sportbaan.
vía
Voorbeelden
El tren a Sevilla sale de la vía número dos.
De trein naar Sevilla vertrekt van spoor nummer twee.
marca
MAR-cahˈmaɾka

Voorbeelden
Hay una marca de zapato en el suelo.
Er is een schoenspoor op de vloer.
Su caída dejó una pequeña marca en la rodilla.
Zijn val liet een klein litteken achter op zijn knie.
Necesitas hacer una marca con lápiz antes de cortar.
Je moet eerst een streep zetten met een potlood voordat je gaat snijden.
pista
PEES-tahˈpis.ta

Voorbeelden
No sé la respuesta, ¿puedes darme una pista?
Ik weet het antwoord niet, kun je me een tip geven?
La policía no tiene pistas sobre el robo.
De politie heeft geen spoor van de inbraak.
Seguimos la pista de las huellas en la nieve.
We volgden het spoor van de voetafdrukken in de sneeuw.
carril
kah-REELkaˈril

Voorbeelden
Tienes que conducir por el carril derecho.
Je moet op de rechterrijstrook rijden.
El carril bici es muy seguro en esta ciudad.
De fietsstrook is erg veilig in deze stad.
No puedes cambiar de carril sin poner el intermitente.
Je kunt niet van rijstrook wisselen zonder je richtingaanwijzer te gebruiken.
Mannelijk geslacht
Dit woord is altijd mannelijk. Vergeet niet 'el' of 'un' ervoor te gebruiken: 'el carril' of 'un carril'.
Gebruik van 'por' met carril
Bij het praten over bewegen binnen een rijstrook, gebruik het woord 'por' (door/langs), zoals in 'ir por el carril'.
Carril vs. Calle
Fout: “Vivo en un carril muy estrecho.”
Correctie: Vivo en una calle muy estrecha.
seña
SEH-nyahˈseɲa

Voorbeelden
Mi amigo me hizo una seña desde lejos.
Mijn vriend zwaaide naar me vanaf een afstand.
Ellos se comunican por señas.
Ze communiceren via gebaren/tekens.
No hay ni seña de la lluvia hoy.
Er is vandaag niet eens een teken van regen.
Gebruik van 'Hacer' met Seña
Als je wilt zeggen dat iemand naar je zwaait of een gebaar naar je maakt, gebruik dan het werkwoord 'hacer' (maken/doen). Bijvoorbeeld: 'Me hizo una seña' (Hij/zij gaf me een teken).
Seña vs. Señal
Hoewel beide 'teken' betekenen, is een 'seña' meestal een gebaar gemaakt door een persoon, terwijl 'señal' vaak een fysiek object is, zoals een verkeersbord of een digitaal signaal. In het Nederlands maken we dit onderscheid minder strikt, maar 'seña' verwijst vaker naar een menselijk gebaar en 'señal' naar een extern teken.
Gebruik van 'Signo' in plaats van 'Seña'
Fout: “Hablamos por signos.”
Correctie: Hablamos por señas. Gebruik 'signo' voor wiskundige symbolen of sterrenbeelden, maar gebruik 'seña' voor handgebaren.
estela
es-TEH-lahesˈtela

Voorbeelden
El barco dejó una estela blanca en el mar azul.
De boot liet een witte golfslag achter in de blauwe zee.
Mira la estela del avión en el cielo.
Kijk naar het spoor van het vliegtuig in de lucht.
El gran escritor dejó una estela de sabiduría en sus libros.
De grote schrijver liet een nalatenschap van wijsheid na in zijn boeken.
Geslacht en lidwoorden
Hoewel 'estela' met een 'e' begint, is het een vrouwelijk woord. Je gebruikt er altijd 'la' of 'una' bij, nooit 'el'.
Abstracte betekenis
Net zoals we in het Nederlands zeggen dat iemand 'zijn stempel heeft gedrukt', kun je in het Spaans 'estela' gebruiken om de invloed of herinneringen te beschrijven die een persoon achterlaat nadat hij of zij er niet meer is.
Verwarring met 'estrella'
Fout: “Mira la estrella del avión.”
Correctie: Mira la estela del avión.
ferroviario
fe-rro-BYAH-ryofereoˈβjaɾjo

Voorbeelden
España tiene una gran red ferroviaria de alta velocidad.
Spanje heeft een groot hogesnelheidsspoornetwerk.
El transporte ferroviario es más ecológico que el avión.
Vervoer per spoor is milieuvriendelijker dan vliegen.
Hubo un pequeño retraso por un problema ferroviario.
Er was een korte vertraging vanwege een spoorwegprobleem.
Geslachtsovereenkomst
Omdat dit woord eindigt op -o, moet je het veranderen in 'ferroviaria' als je een vrouwelijk woord beschrijft, zoals 'la red' (het netwerk) of 'la estación' (het station).
Formeel gebruik
Gebruik dit woord als je professioneler wilt klinken. In informele gesprekken zeggen mensen vaak gewoon 'de tren' (van de trein) in plaats daarvan.
Geslachtsfout met 'Red'
Fout: “El red ferroviario.”
Correctie: La red ferroviaria. (Het woord 'red' is vrouwelijk, ook al eindigt het niet op -a, dus het bijvoeglijk naamwoord moet ermee overeenkomen.)
gota
GOH-tahˈɡo.ta

Voorbeelden
No queda ni una gota de café en la jarra.
Er is geen enkele druppel (een beetje) koffie meer over in de kan.
Ella tiene una gota de talento para la música.
Zij heeft een vleugje (een spoor) talent voor muziek.
Gebruik van 'Ni una gota'
Deze uitdrukking wordt vaak gebruikt voor nadruk in ontkennende zinnen en betekent 'absoluut niets meer over'.
pizca
PEES-kahˈpiθka

Voorbeelden
No tiene ni una pizca de vergüenza.
Hij heeft geen spoor van schaamte.
Sus palabras no tenían ni una pizca de verdad.
Zijn woorden hadden geen beetje waarheid in zich.
A ese plan le falta una pizca de lógica.
Dat plan mist een onsje logica.
De kracht van 'Ni'
Als je 'geen enkel beetje' wilt zeggen, plaats dan het woord 'ni' voor 'una pizca' om je zin veel sterker te maken.
Gebruiken voor fysieke grootte
Fout: “Ese juguete es una pizca.”
Correctie: Ese juguete es pequeñito. Gebruik 'pizca' voor hoeveelheden of eigenschappen, niet voor de fysieke grootte van een object.
senda
SEN-dahˈsenda

Voorbeelden
Caminamos por una senda estrecha en la montaña.
We liepen over een smal pad in de bergen.
La senda estaba llena de flores silvestres.
Het pad was vol met wilde bloemen.
Es difícil ver la senda cuando anochece.
Het is moeilijk om het pad te zien als het donker wordt.
Geslachtsherkenning
Omdat het eindigt op -a, is het een vrouwelijk woord (de-woord). Je moet er altijd vrouwelijke woorden bij gebruiken, zoals 'la senda' of 'una senda'.
Senda vs. Camino
Fout: “‘Senda’ gebruiken om een grote snelweg te beschrijven.”
Correctie: Gebruik ‘carretera’ voor grote wegen. ‘Senda’ is specifiek voor kleine, smalle, vaak natuurlijke paden.
sendero
sen-DEH-rohsenˈdeɾo

Voorbeelden
Caminamos por un sendero estrecho en el bosque.
We liepen over een smal pad in het bos.
El sendero sube hasta la cima de la montaña.
Het pad loopt omhoog naar de top van de berg.
Gebruik van 'El'
Aangezien 'sendero' eindigt op 'o', is het mannelijk. Gebruik er altijd 'el' of 'un' bij, net als bij Nederlandse mannelijke woorden die op een klinker eindigen (hoewel dit in het Nederlands minder strikt is).
Sendero versus Camino
Fout: “Het gebruik van 'camino' voor een heel klein wandelpad in de natuur.”
Correctie: Gebruik 'sendero' voor smalle paden in de natuur en 'camino' voor meer algemene wegen of paden. Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen een 'voetpad' en een 'weg' in het Nederlands.
signo
síng-noˈsiɣno

Voorbeelden
La lluvia de esta mañana es un signo de que el verano ha terminado.
De regen van vanochtend is een teken dat de zomer voorbij is.
No muestra ningún signo de mejora después de la enfermedad.
Hij vertoont geen enkel teken van verbetering na de ziekte.
Vieron signos de vida antigua en las ruinas.
Ze zagen sporen van oud leven in de ruïnes.
Signo vs. Señal
'Signo' verwijst vaak naar een fysiek merkteken of een abstracte aanwijzing (zoals een symptoom). 'Señal' verwijst meestal naar een duidelijk signaal, zoals een verkeerslicht of een gebaar. In het Nederlands gebruiken we vaak 'teken' voor beide, maar 'signaal' is specifieker voor communicatie.
idea
ee-DEH-ahiˈðe.a

Voorbeelden
No tengo ni la más remota idea de lo que hablas.
Ik heb geen flauw idee waar je het over hebt.
Me da la idea de que no está contento.
Ik heb de indruk dat hij niet blij is.
Para que te hagas una idea, es tan grande como un coche.
Om je een idee te geven, het is zo groot als een auto.
chispa
chees-pahˈtʃispa

Voorbeelden
Todavía queda una chispa de esperanza en sus ojos.
Er is nog een spoor van hoop in zijn ogen.
dejo
DEH-hohˈdexo

Voorbeelden
Aunque vive en Madrid, todavía tiene un dejo gallego.
Hoewel hij in Madrid woont, heeft hij nog steeds een Galicisch accent/klank.
El café dejó un dejo amargo en mi paladar.
De koffie liet een bittere nasmaak achter op mijn gehemelte.
Su estilo de baile tiene un dejo de flamenco clásico.
Haar dansstijl heeft een tintje/flair van klassieke flamenco.
Altijd Mannelijk
Wanneer 'dejo' als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt ('accent' of 'spoor'), is het altijd mannelijk, dus je gebruikt 'el' of 'un' ervoor.
Zelfstandig naamwoord en werkwoord verwarren
Fout: “Yo no dejo acento.”
Correctie: Dit slaat nergens op. De juiste structuur is 'Yo no noto el dejo' (Ik merk het accent niet op). Onthoud dat de werkwoordsvorm 'ik laat/toesta', terwijl het zelfstandig naamwoord het 'achtergelaten spoor' is.
olor
oh-LOHRoˈlor

Voorbeelden
Había olor a traición en su discurso.
Er was een hint van verraad in zijn toespraak.
Esa empresa siempre ha tenido olor a corrupción.
Dat bedrijf had altijd een spoor van corruptie (een slechte reputatie van corruptie).
Figuurlijk Gebruik
Wanneer 'olor' figuurlijk wordt gebruikt, gaat het vaak vooraf aan 'a' plus een abstract zelfstandig naamwoord (bv. 'olor a peligro' = hint van gevaar). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'een luchtje van...' gebruiken.
residuo
rre-SEE-dwohreˈsiðwo

Voorbeelden
Si divides diez entre tres, el residuo es uno.
Als je tien deelt door drie, is de rest één.
No queda ni un residuo de duda sobre su inocencia.
Er blijft geen spoor van twijfel over aan zijn onschuld.
Abstract Gebruik
Wanneer het wordt gebruikt voor gevoelens of twijfels, beschrijft het het allerlaatste beetje van iets dat bijna verdwenen is.
sombra
SOM-brahˈsom.bɾa

Voorbeelden
No queda ni la sombra de lo que fue antes.
Er is niet eens een spoor meer van wat het ooit was.
Tenía la sombra de la duda en su voz.
Hij had een zweem van twijfel in zijn stem.
Figuurlijk Gebruik
Wanneer 'sombra' figuurlijk wordt gebruikt, verwijst het vaak naar iets immaterieels, zoals een gevoel, herinnering of een lichte aanwezigheid. Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'een schim' of 'een zweem' gebruiken.
traza
TRAH-sahˈtɾaθa

Voorbeelden
Este chocolate puede contener trazas de leche.
Deze chocolade kan sporen van melk bevatten.
No queda ni una traza del antiguo castillo.
Er is geen enkel spoor van het oude kasteel meer over.
Siguieron la traza del camino romano.
Ze volgden de omtrek van de Romeinse weg.
Meervoud voor ingrediënten
Bij het praten over voedselallergieën of chemicaliën gebruiken we bijna altijd de meervoudsvorm 'trazas'.
Traza vs. Rastro
Fout: “La policía busca trazas del ladrón.”
Correctie: La policía busca rastros del ladrón.
señal
sen-YALseˈɲal

Voorbeelden
La cicatriz en su brazo es una señal de su operación.
Het litteken op zijn arm is een spoor van zijn operatie.
El vaso dejó una señal en la mesa de madera.
Het glas liet een spoor achter op de houten tafel.
Las ruinas son una señal de una antigua civilización.
De ruïnes zijn een spoor van een oude beschaving.
indicio
een-DEE-syohinˈdi.sjo

Voorbeelden
La policía encontró indicios de ADN en la habitación.
De politie vond sporen van DNA in de kamer.
Existen indicios suficientes para iniciar un juicio.
Er is voldoende indirect bewijs om een rechtszaak te starten.
Buscaban cualquier indicio que los llevara al culpable.
Ze zochten naar elke aanwijzing die hen naar de dader zou leiden.
Gebruik met 'de'
Om te zeggen waar de aanwijzing over gaat, volg je het met 'de'. Bijvoorbeeld: 'indicio de culpabilidad' (teken van schuld).
Aanwijzing vs. Bewijs
Fout: “Denken dat 'indicio' absoluut bewijs betekent.”
Correctie: In juridisch Spaans is een 'indicio' een aanwijzing of suggestie, terwijl een 'prueba' solide bewijs is. Gebruik 'indicio' niet als de zaak al 100% bewezen is.
Fysieke sporen vs. abstracte hints
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.





















