Hoe zeg je "werkstuk" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “werkstuk” is “trabajo” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Tengo mucho trabajo esta semana.
Ik heb deze week veel werk.
Mi hermano encontró un nuevo trabajo.
Mijn broer heeft een nieuwe baan gevonden.
El trabajo de historia es para el viernes.
Het geschiedenispapier moet vrijdag ingeleverd worden.
Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord
'Trabajo' is een 'mannelijk' woord, wat betekent dat je er altijd 'el' (de) of 'un' (een) voor gebruikt. Bijvoorbeeld 'el trabajo' of 'un trabajo difícil'.
Verwarring tussen 'trabajo' en 'viaje'
Fout: “Soms halen leerders 'trabajo' (werk) en 'viaje' (reis) door elkaar omdat ze een beetje op elkaar lijken.”
Correctie: Onthoud: 'trabajo' heeft een 'b' zoals in het Nederlandse 'bezigheid', en 'viaje' heeft een 'v' zoals in 'voyage' (reis).
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.