Hoe zeg je "papier" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “papier” is “papel” — gebruik 'papel' als je het materiaal bedoelt waarop je schrijft, tekent, print of dat je gebruikt om iets in te pakken..
papel
/pa-PEL//paˈpel/

Voorbeelden
Necesito una hoja de papel para dibujar.
Ik heb een vel papier nodig om te tekenen.
Este regalo está envuelto en un papel muy bonito.
Dit cadeau is ingepakt in heel mooi papier.
La impresora se quedó sin papel.
De printer had geen papier meer.
Altijd Mannelijk: 'el papel'
Hoewel 'papel' eindigt op -l, is het een mannelijk woord. Zeg altijd 'el papel' (het papier) of 'un papel' (een vel papier). Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'het papier' onzijdig is.
documento
/do-ku-MEN-to//do.kuˈmen.to/

Voorbeelden
Necesito firmar este documento antes de irme.
Ik moet dit document ondertekenen voordat ik wegga.
¿Tienes tu documento de identidad a mano?
Heb je je identiteitsbewijs bij de hand?
El abogado revisó todos los documentos legales del caso.
De advocaat bekeek alle juridische documenten voor de zaak.
Geslachtsbepaling
Hoewel 'documento' eindigt op '-o', wat meestal mannelijk is, onthoud dat het Nederlandse woord voor 'papier' ook mannelijk is ('het papier' is onzijdig, maar 'een papier' wordt vaak als mannelijk ervaren in deze context, of we vergelijken met het Spaanse 'el papel'). In het Spaans is 'documento' altijd mannelijk.
Verwarring tussen papiersoorten
Fout: “Het gebruik van 'papel' wanneer je een formeel verslag bedoelt.”
Correctie: Gebruik 'documento' voor officiële verslagen (zoals een contract of een paspoort). Gebruik 'papel' voor het materiaal zelf (zoals wc-papier of schrijfpapier).
trabajo
/tra-BA-ho//tɾaˈβaxo/

Voorbeelden
Tengo mucho trabajo esta semana.
Ik heb deze week veel werk.
Mi hermano encontró un nuevo trabajo.
Mijn broer heeft een nieuwe baan gevonden.
El trabajo de historia es para el viernes.
Het geschiedenispapier moet vrijdag ingeleverd worden.
Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord
'Trabajo' is een 'mannelijk' woord, wat betekent dat je er altijd 'el' (de) of 'un' (een) voor gebruikt. Bijvoorbeeld 'el trabajo' of 'un trabajo difícil'.
Verwarring tussen 'trabajo' en 'viaje'
Fout: “Soms halen leerders 'trabajo' (werk) en 'viaje' (reis) door elkaar omdat ze een beetje op elkaar lijken.”
Correctie: Onthoud: 'trabajo' heeft een 'b' zoals in het Nederlandse 'bezigheid', en 'viaje' heeft een 'v' zoals in 'voyage' (reis).
Papel vs. Documento
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


