Inklingo

Hoe zeg je "plezier maken" in het Spaans

Dutch → Spaans

jugar

/hoo-gar//xuˈɣaɾ/

VerbA1general
Gebruik 'jugar' als je het over een algemene gewoonte of een actie die op zichzelf staat hebt, zonder specifieke nadruk op het 'bezig zijn met' plezier maken.
Twee lachende kinderen spelen voetbal met een rood-witte bal in een groen park op een zonnige dag, wat het werkwoord 'spelen' voorstelt.

Voorbeelden

Los niños juegan en el parque todas las tardes.

De kinderen spelen elke middag in het park.

¿Quieres jugar al tenis conmigo este fin de semana?

Wil je dit weekend tennis met me spelen?

Ayer jugamos a las cartas hasta muy tarde.

Gisteren speelden we tot laat kaarten.

De Magische 'a'

Wanneer je het hebt over het spelen van een specifieke sport of spel, moet je bijna altijd 'a' toevoegen na 'jugar'. Dus het is 'jugar a las cartas' (kaarten spelen) of 'jugar al fútbol' (voetballen).

De Stamverandering

Merk op hoe de 'u' in 'jugar' verandert in 'ue' in sommige vervoegingen, zoals 'yo juego' (ik speel). Dit gebeurt in de tegenwoordige tijd voor de meeste personen, maar niet voor 'nosotros' (wij) of 'vosotros' (jullie, informeel).

Een Instrument Bespelen

Fout:Me gusta jugar la guitarra.

Correctie: Me gusta tocar la guitarra. Voor muziekinstrumenten gebruikt Spaans het werkwoord 'tocar', niet 'jugar'. 'Jugar' is voor spellen en sporten.

De 'a' Vergeten

Fout:¿Quieres jugar tenis?

Correctie: ¿Quieres jugar al tenis? Hoewel je mensen soms de 'a' hoort weglaten in informeel taalgebruik, is het een goede gewoonte om deze altijd te gebruiken als je het over een specifiek spel of sport hebt.

jugando

/hoo-GAHN-doh//xuˈɣan.do/

Verb Form (Gerund)A1general
Gebruik 'jugando' wanneer je wilt benadrukken dat iemand op dit moment bezig is met plezier maken, vergelijkbaar met de Nederlandse 'bezig zijn met'-constructie.
Een lachend kind in een fel shirt dat blij een voetbal wegtrapt op een grasveld.

Voorbeelden

Los niños están jugando en el parque con una pelota.

De kinderen zijn in het park aan het spelen met een bal.

¿Estás jugando al ajedrez o estás estudiando?

Ben je aan het schaken of ben je aan het studeren?

Mi equipo estuvo jugando muy bien hasta el final del partido.

Mijn team speelde erg goed tot het einde van de wedstrijd.

Gebruik van de Onvoltooid Tegenwoordige Tijd (Continu)

In het Spaans gebruiken we het werkwoord 'estar' (zijn) gevolgd door de gerundiumvorm 'jugando' om te beschrijven wat er op dit moment gebeurt: 'Estamos jugando' (Wij zijn aan het spelen). Dit komt overeen met de Nederlandse constructie 'zijn + aan het + infinitief'.

Werkwoorden van Beweging

Je kunt 'jugando' gebruiken na werkwoorden zoals 'seguir' (doorgaan) of 'ir' (gaan) om een aanhoudende of progressieve actie aan te geven: 'Ella sigue jugando' (Zij blijft spelen). Dit is vergelijkbaar met 'doorgaan met spelen' in het Nederlands.

Onjuiste voorzetsels bij sporten

Fout:Estamos jugando fútbol. (Ontbrekende 'a'.)

Correctie: Estamos jugando **al** fútbol. Bij het benoemen van specifieke sporten of spellen vereist 'jugar' meestal het voorzetsel 'a' (of 'al' als het zelfstandig naamwoord mannelijk is).

Verwarring tussen 'jugar' en 'jugando'

De meest gemaakte fout is het verkeerd gebruiken van de gerundius ('jugando') waar een gewone infinitief ('jugar') volstaat, of andersom. Let goed op of je een doorlopende actie wilt beschrijven ('están jugando') of een algemene activiteit ('juegan').

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.