Hoe zeg je "sport" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “sport” is “deporte” — gebruik 'deporte' wanneer je het hebt over sport in de algemene zin van fysieke competitie of een specifieke sportactiviteit.
deporte
deh-POR-tehdeˈpoɾte

Voorbeelden
El fútbol es el deporte más popular del mundo.
Voetbal is de populairste sport ter wereld.
Hago deporte en el gimnasio tres veces a la semana.
Ik doe drie keer per week sport (bewegen) in de sportschool.
Para mantenerte sano, es fundamental practicar algún deporte regularmente.
Om gezond te blijven, is het essentieel om regelmatig aan sport te doen.
Regel voor Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Hoewel 'deporte' eindigt op '-e', is het een mannelijk woord, dus je moet het mannelijke lidwoord 'el' gebruiken (el deporte) en mannelijke bijvoeglijke naamwoorden (deporte favorito). Dit is anders dan in het Nederlands, waar veel woorden die op '-e' eindigen onzijdig zijn (het sporten).
Onjuist Gebruik van 'Jugar'
Fout: “Hago muchos deportes.”
Correctie: Practico muchos deportes.
juego
khweh-goˈxweɣo

Voorbeelden
El fútbol es mi juego favorito.
Voetbal is mijn favoriete spel.
Compramos un juego de mesa para la fiesta.
We kochten een bordspel voor het feest.
Los niños están en el parque de juegos.
De kinderen zijn in de speeltuin (park van spellen).
escalón
Voorbeelden
Ten cuidado, el último escalón está roto.
Wees voorzichtig, de laatste trede is kapot.
Verwarring tussen 'deporte' en 'juego'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

