competir
“competir” betekent “concurreren” in het Spaans (streven naar een gemeenschappelijk doel).
concurreren, wedijveren
Ook: de strijd aangaan
📝 In Actie
Todos los equipos compiten por el trofeo.
A2Alle teams concurreren om de trofee.
Las empresas deben competir con precios justos.
B1Bedrijven moeten concurreren met eerlijke prijzen.
No compito con mi hermana; ella es mucho mejor.
B1Ik concurreer niet met mijn zus; zij is veel beter.
Es difícil competir contra gigantes tecnológicos.
B2Het is moeilijk om te concurreren tegen technologische reuzen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: competir
Vraag 1 van 2
Welke vorm van 'competir' is correct voor 'Zij deden mee aan de marathon' (Onvoltooid Verleden Tijd)?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse werkwoord *competere*, wat 'samenkomen' of 'overeenkomen' betekende, maar later evolueerde naar 'samen streven naar een doel' of 'wedijveren'.
Eerste vermelding: Medieval Latin
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'competir' een regelmatig werkwoord?
Nee, het is een onregelmatig werkwoord. De 'e' in het midden verandert in een 'i' in veel vormen, vooral in de tegenwoordige tijd (compito, compites, compite) en de onvoltooid verleden tijd (compitió, compitieron).
Wat is het verschil tussen 'competir' en 'luchar'?
Beide betekenen 'streven', maar 'competir' betekent specifiek strijden tegen anderen voor een prijs of doel (zoals in een sport). 'Luchar' impliceert vaak een meer algemene worsteling of strijd (zoals 'luchar por la paz' – vechten voor vrede).