Inklingo

Hoe zeg je "surf" in het Spaans

Het Spaanse woord voorsurfis surfA1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Dutch → SpaansA1

surf

nounA1
Een persoon die op een surfplank op een grote oceaangolf surft.

Voorbeelden

Mi hermano quiere practicar surf este fin de semana.

Mijn broer wil dit weekend gaan surfen.

Las tablas de surf son muy caras.

Surfplanken zijn erg duur.

Hay mucho surf hoy en la playa.

Er is veel deining (golven) op het strand vandaag.

Gebruik van 'hacer' bij 'Surf'

In het Spaans gebruiken we 'surf' meestal niet als een zelfstandig werkwoord. In plaats daarvan koppelen we het aan 'hacer' (doen/maken) om 'hacer surf' te zeggen als we 'surfen' bedoelen. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we gewoon 'surfen' zeggen.

Woordgeslacht

'Surf' is een mannelijk woord (el surf), dus je moet altijd mannelijke lidwoorden of bepalingen zoals 'el', 'un', of 'mucho' gebruiken. In het Nederlands heeft het woord 'de surf' (deining) of 'het surfen' (de sport) een ander geslacht.

Gebruik van 'surf' als actie

Fout:Yo surf los domingos.

Correctie: Yo hago surf los domingos. 'Surf' is de naam van de sport, niet de actie zelf. Vergelijk dit met het Nederlands waar je wel zegt: 'Ik surf op zondag.'

Gerelateerde vertalingen

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.