Inklingo

Hoe zeg je "surfen" in het Spaans

Dutch → Spaans

navegar

/nah-beh-GAHR//naβeˈɣaɾ/

verbA2neutraal
Gebruik dit woord als je het hebt over het internet op gaan, informatie zoeken of online actief zijn.
Een persoon zit comfortabel op een bank en kijkt naar een oplichtend laptopscherm in een gezellige kamer.

Voorbeelden

Me gusta navegar por internet antes de dormir.

Ik surf graag op internet voordat ik ga slapen.

Paso horas navegando por la red.

Ik breng uren door met surfen op het web.

Es peligroso navegar por sitios web desconocidos.

Het is gevaarlijk om onbekende websites te browsen.

navegación

nounA2neutraal
Gebruik dit woord als je het hebt over het proces of de handeling van het online navigeren, bijvoorbeeld de structuur van een website.

Voorbeelden

La navegación de esta página web es muy sencilla.

Het navigeren op deze webpagina is erg eenvoudig.

surf

/surf//ˈsuɾf/

nounA1neutraal
Gebruik dit woord uitsluitend als je de sport bedoelt waarbij men op golven rijdt met een plank.
Een persoon die op een surfplank op een grote oceaangolf surft.

Voorbeelden

Practicar surf requiere equilibrio y fuerza.

Surfen vereist balans en kracht.

Mi hermano quiere practicar surf este fin de semana.

Mijn broer wil dit weekend gaan surfen.

Las tablas de surf son muy caras.

Surfplanken zijn erg duur.

Hay mucho surf hoy en la playa.

Er is veel deining (golven) op het strand vandaag.

Gebruik van 'hacer' bij 'Surf'

In het Spaans gebruiken we 'surf' meestal niet als een zelfstandig werkwoord. In plaats daarvan koppelen we het aan 'hacer' (doen/maken) om 'hacer surf' te zeggen als we 'surfen' bedoelen. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we gewoon 'surfen' zeggen.

Woordgeslacht

'Surf' is een mannelijk woord (el surf), dus je moet altijd mannelijke lidwoorden of bepalingen zoals 'el', 'un', of 'mucho' gebruiken. In het Nederlands heeft het woord 'de surf' (deining) of 'het surfen' (de sport) een ander geslacht.

Gebruik van 'surf' als actie

Fout:Yo surf los domingos.

Correctie: Yo hago surf los domingos. 'Surf' is de naam van de sport, niet de actie zelf. Vergelijk dit met het Nederlands waar je wel zegt: 'Ik surf op zondag.'

Internet surfen vs. golfsurfen

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'navegar' (internet) met 'surf' (sport). Onthoud dat 'navegar' altijd over online activiteiten gaat, terwijl 'surf' de sport van het golfrijden aanduidt.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.