Hoe zeg je "zeilen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “zeilen” is “navegar” — gebruik 'navegar' als je het hebt over de activiteit van het varen op water, dus het daadwerkelijk voortbewegen met een boot of schip..
Dutch → Spaans
vela
VAY-lah/ˈbe.la/
nounB1general
Gebruik 'vela' specifiek wanneer je het hebt over het fysieke zeil van een boot, het doek dat de wind vangt om de boot voort te bewegen.

Voorbeelden
El viento hinchó la vela y el barco aceleró.
De wind vulde het zeil en de boot versnelde.
Aprendió a hacer vela el verano pasado.
Hij leerde vorig jaar zeilen (letterlijk: 'zeil doen').
Gebruik van 'Hacer'
Om over de activiteit van zeilen te praten, gebruik je meestal het werkwoord 'hacer' (doen/maken) met het zelfstandig naamwoord: 'hacer vela'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we direct 'zeilen' (werkwoord) gebruiken.
Verwarring tussen 'navegar' en 'navegación'
De meest voorkomende fout is het door elkaar halen van 'navegar' (het werkwoord, de activiteit) en 'navegación' (het zelfstandig naamwoord, het proces of de techniek). Denk eraan: je 'navegas' (zeilt) tijdens de 'navegación' (navigatie).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


