Hoe zeg je "wagens" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “wagens” is “carros” — A2 niveau.
Dutch → SpaansA2
nounA2

Voorbeelden
Necesitamos dos carros para todas las compras.
We hebben twee karren nodig voor alle boodschappen.
Los caballos tiraban de los carros.
De paarden trokken de wagens.
Context is Cruciaal
Wanneer je in de supermarkt bent, verwijst 'carros' automatisch naar winkelwagentjes, zelfs zonder 'de compra' te zeggen. Dit is vergelijkbaar met hoe wij in het Nederlands 'winkelwagen' zeggen in plaats van 'winkelwagen voor boodschappen'.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.