Hoe zeg je "wij verbleven" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “wij verbleven” is “estuvimos” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Ayer estuvimos en la casa de mis abuelos toda la tarde.
Gisteren waren wij de hele middag bij mijn grootouders.
¿Cómo les fue? Estuvimos muy preocupados por el retraso.
Hoe ging het? Wij waren erg bezorgd over de vertraging.
Estuvimos de vacaciones en México el mes pasado.
Vorige maand waren wij op vakantie in Mexico.
De 'Wij'-vorm in de Verleden Tijd
Estuvimos is de 'wij'-vorm (nosotros) van het werkwoord 'estar' (zijn) in de onvoltooid verleden tijd (pretérito indefinido). Het beschrijft een actie of toestand die volledig in het verleden is begonnen en geëindigd.
Onderscheid tussen Ser en Estar
Wij gebruiken 'estar' (en dus 'estuvimos') voor tijdelijke zaken: locatie, gevoelens, gezondheid of toestanden die veranderen. Wij gebruiken 'ser' (zoals 'fuimos') voor permanente kenmerken, identiteit of afkomst.
Verwarring tussen Estuvimos en Éramos
Fout: “Éramos en el parque.”
Correctie: Estuvimos en el parque. ('Éramos' is voor permanente beschrijving, 'estuvimos' is voor locatie.)
Verwarring tussen Estuvimos en Fuimos
Fout: “Estuvimos a la fiesta.”
Correctie: Fuimos a la fiesta. ('Fuimos' is 'wij gingen'; 'estuvimos' is 'wij waren' (er al waren).)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.