Hoe zeg je "zweren" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “zweren” is “jurar” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Te juro que no le dije nada a nadie.
Te juro que no le dije nada a nadie.
Él juró que regresaría antes del anochecer.
Él juró que regresaría antes del anochecer.
Los testigos deben jurar decir la verdad en el juicio.
Witnesses must swear to tell the truth in the trial.
Gebruik van 'que' na 'jurar'
Wanneer je wilt zweren dat iets gebeurd is of waar is, gebruik dan altijd 'que' na 'jurar'. Bijvoorbeeld: 'Juro que es verdad' (Ik zweer dat het waar is).
De rol van 'lo'
Als je gewoon 'Ik zweer het!' wilt zeggen, zeggen Spaanstaligen meestal '¡Lo juro!', waarbij het lijdend voorwerp 'het' (lo) voor het werkwoord wordt geplaatst.
Niet verwarren met 'juzgar'
Fout: “Yo juzgo que es verdad.”
Correctie: Yo juro que es verdad. 'Juzgar' betekent oordelen, terwijl 'jurar' zweren betekent.
Zweren AAN iemand
Fout: “Juro a ti que...”
Correctie: Te juro que... In het Spaans komt 'aan jou' (te) vóór het werkwoord in plaats van erna met 'a'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.